Natuur - Beleid


Natuurbeleid

Inleiding

Natuur in de Randstad. Bestaat dat nog wel? Jazeker, mooie plekken zijn er nog steeds, je moet ze alleen weten te vinden. In de kustzone van Nederland zijn dit de duingebieden, strand en zee maar ook delen van de delta, de grote rivieren en de veenweidegebieden met hun plassen. Veel van deze gebieden vervullen ook een belangrijke functie als recreatiegebied. De meeste natuurgebieden zijn opengesteld voor het publiek; er zijn vaak uitstekende mogelijkheden voor wandelen, fietsen en soms zelfs kanoën. Omdat de mooie natuurplekjes steeds schaarser zijn geworden moeten we er wel zuinig op zijn. Daarom zijn er gebieden tot Nationaal Park aangewezen. Langs de kust zijn dat Schiermonnikoog, Duinen van Texel, Zuid-Kennemerland, De Biesbosch en de Oosterschelde. Andere delen van de kustnatuurgebieden hebben een wettelijke bescherming omdat ze zijn aangewezen zijn als beschermd natuurgebied (Natuurbeschermingswet).

Het behoud en beheer van deze gebieden wordt door zowel overheden als natuurbeheerorganisaties uitgevoerd. De belangrijkste natuurgebieden in Nederland vormen samen een netwerk dat in beleidstermen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) wordt genoemd. Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij coördineert het natuurbeleid in ons land. Hierbij is er ook een duidelijke rol weggelegd voor andere ministeries (met name VROM, V&W en EZ), provincies, gemeenten, waterschappen en de particuliere natuurbescherming. Het natuurbeleid van de regering is onder meer vastgelegd in het Natuurbeleidsplan (1990), het Structuurschema Groene Ruimte (1995) en de nota "Natuur voor mensen, Mensen voor natuur" (2000).
De hoofddoelstelling voor de toekomst is om de bestaande natuur en landschappen te behouden en waar mogelijk is te herstellen en opnieuw te ontwikkelen zodat deze een bijdrage kunnen leveren aan een leefbare en duurzame samenleving.
Maar wat geldt voor heel Nederland, geldt vooral voor het kustgebied: door de dichte bevolking, stijgende welvaart en de grote behoefte aan ruimte is de grondprijs erg hoog waardoor het erg moeilijk is om nieuwe natuurgebieden te ontwikkelen. Het is zaak om in de toekomst het beleid zó gestalte te geven dat de groei van welvaart en bevolking gecombineerd kan gaan met een versterking van natuur en milieu.

Ecologische Hoofdstructuur Historie

De natuur in Nederland is in de loop van de vorige eeuw erg achteruit gegaan. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn:

Natuurbescherming vindt in de jaren zestig tot tachtig vooral plaats door aankoop van gebieden waar strikte regels gelden en door acties voor het behoud van gebieden. Het behouden van de resterende natuurgebieden leidt nogal tot frustraties: de oppervlakte natuur neemt nog steeds af, en de kwaliteit van wat overblijft, gaat bovendien ook nog eens achteruit.
In de jaren tachtig vindt er in de aanpak van de natuurbescherming een omslag plaats. Naast de defensieve strategie -alleen behoud van bestaande gebieden- wordt ook gekozen voor een offensieve aanpak. Dat betekent dat nieuwe natuur wordt ontwikkeld door aankoop en omvorming van agrarisch gebied en door herstelmaatregelen in bestaande gebieden. Door deze ontwikkeling is er in de laatste jaren wel meer areaal bijgekomen, het aantal soorten en ecosystemen neemt daarentegen nog steeds af.
Om diversiteit te vergroten, is het noodzakelijk dat natuurgebieden aan elkaar gekoppeld worden zodat er een groter leefgebied ontstaat voor de flora en fauna. Zo ontstaat er een levendig netwerk van natuurgebieden: de Ecologische Hoofdstructuur.
De term Ecologische Hoofdstructuur (EHS) komt uit het Natuurbeleidsplan uit 1990 van het Ministerie van Landbouw, Natuurbehoud en Visserij. In dit rapport wordt een netwerk van natuurgebieden beschreven dat zowel bestaande en nieuwe natuurgebieden als verbindingszones daartussen bevat. In de afgelopen 10 jaar heeft het rijk samen de lokale overheden, regionale overheden, natuurbeherende organisaties en onderzoeksorganisaties veel energie en geld gestopt in het realiseren, ontwikkelen en instandhouden van dit netwerk.

Typen gebieden van de EHS

  1. Kerngebieden
    Dit zijn natuurgebieden met een bijzondere ecologische waarde van nationale en/of internationale betekenis. Hieronder vallen ook alle Nederlandse nationale parken. Het beleid voor de kerngebieden is gericht op behoud en verdere ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden. Deze gebieden worden wettelijk beschermd door de Natuurbeschermingswet. Er mogen niet zomaar huizen of hotels worden gebouwd of wegen of parkeerplaatsen aangelegd. Verslechtering van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, verdroging en bijvoorbeeld grootschalige vergravingen mogen er niet plaatsvinden.
  2. Natuurontwikkelingsgebieden
    Dit zijn gebieden met goede mogelijkheden voor het ontwikkelen van natuurwaarden, van nationale en/of internationale betekenis. In deze gebieden ligt het accent op wijziging van het grondgebruik en herinrichting. Net als voor kerngebieden is er voor natuurontwikkelingsgebieden een wettelijke basisbescherming. Goede kansen voor natuurontwikkeling mogen niet door allerlei negatieve ingrepen verloren gaan.
  3. Verbindingszones
    Dit zijn gebieden die kern- en natuurontwikkelingsgebieden als het ware aan elkaar knopen. Verschillende plant- en diersoorten in Nederland worden bedreigd met uitsterven omdat hun leefgebied te klein is geworden. De verbindingszones zijn belangrijk omdat ze de contacten tussen dieren en planten met elkaar mogelijk maken. Door het maken van ecologische verbindingen tussen verschillende leefgebieden is de kans op overleven groter.

De stelsels van kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en verbindingszones vormen samen een aantal grote ecologische netwerken. Daarvan is het netwerk van de kustnatuurgebieden er een. Het bevat natuurtypen als: jonge duinen, struwelen en bossen in de binnenduinrand, de afgesloten zeearmen en estuaria en de getijdengebieden zoals de Waddenzee en de Noordzee. We vinden er de nationale parken Schiermonnikoog, Duinen van Texel, Zuid-Kennemerland, de Biesbosch en de Oosterschelde.

 

De Europese Ecologische Hoofdstructuur: Natura 2000

Inleiding

Wat voor Nederland de Ecologische Hoofdstructuur is, is voor Europa Natura 2000: het netwerk van Europese Natuurgebieden. Om tot dit netwerk te komen, hebben de lidstaten van de Europese Unie afspraken met elkaar gemaakt. Die afspraken zijn wettelijk vastgelegd in de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. Volgens deze richtlijnen zijn landen wettelijk verplicht speciale beschermingszones in te stellen, dit zijn streken waarin meestal al belangrijke en kwetsbare natuurgebieden liggen. Deze gebieden moeten in goede staat gehouden worden en, waar nodig, hersteld. Of een gebied in aanmerking komt is afhankelijk van de natuurwaarden die erin voorkomen en van het belang van deze natuurwaarden in en Europees kader.

De Habitatrichtlijn

In 1992 stelde de Europese Unie een richtlijn vast voor de bescherming van bijzondere leefgebieden: de Habitatrichtlijn. Bij deze richtlijn horen lijsten van plant- en diersoorten en natuurlijke leefgemeenschappen die extra bescherming verdienen. Vogels zijn daarbij uitgezonderd omdat daarvoor al eerder een aparte richtlijn (de Vogelrichtlijn) is ingesteld en om dat deze een veel groter leefgebied hebben. De Habitatrichtlijn verbiedt een activiteit als de beschermingszone erdoor wordt aangetast. Ook rept de Habitatrichtlijn over een "behoorlijke beoordeling" van de milieu- effecten voordat een activiteit in de beschermingszone wordt toegestaan.

De Vogelrichtlijn

De Vogelrichtlijn (vastgesteld in 1984) is een regeling van de Europese Unie die tot doel heeft alle in het wild levende vogelsoorten op het grondgebied van de EU te beschermen. De richtlijn heeft betrekking op de bescherming van vogels, hun eieren en nesten en hun leefgebieden. Daarnaast krijgen zeldzame soorten extra bescherming. De lidstaten van de EU zijn verplicht voor alle vogelsoorten die in hun land leven leefgebieden van voldoende grootte en kwaliteit in te richten en te beschermen. Gebieden waar zeldzame vogelsoorten leven of waar zeldzame trekvogels gebruik van maken moeten extra beschermd worden. De Vogelrichtlijn bevat een lijst met soorten die onder deze extra bescherming vallen. Voor deze soorten moeten de lidstaten gebieden aanwijzen als 'speciale beschermingszone'.

Voor meer informatie: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

 

Deze rubriek is tot stand gekomen door een bijdrage van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit