Versnippering

Door het kleiner worden van natuurgebieden, bossen met hoge natuurwaarden en kleine natuurelementen, is het leefgebied voor plant- en diersoorten in de vorig eeuw sterk verkleind. Daardoor wordt vaak niet meer voldaan aan de eisen ten aanzien van het minimum gebied dat nodig is om een soort daar gezond te kunnen laten leven. Veel leefgebieden zijn van elkaar gescheiden en dit kan vergaande gevolgen hebben voor de verspreidingsmogelijkheden van planten- en diersoorten (er treedt bijvoorbeeld inteelt op binnen zo'n gebied). Ook lukt het vaak niet meer een gebied van waaruit bepaalde soorten zijn verdwenen te herkoloniseren. Wegen, spoorlijnen en steden die gebieden doorsnijden zijn vaak onneembare barrières voor allerlei dieren.
Om uitwisseling te bevorderen worden tegenwoordig tunnels of overgangen (ecoducten) voor bepaalde diersoorten aangelegd. Denk aan paddentunnels, dassentunnels, allerlei ecologische over- en doorgangen in sloten en plassen voor het waterleven en ecoducten voor groot wild als reeën en damherten op de Veluwe.
In de noord-zuid richting vormt de kust een redelijk aangesloten geheel, hoewel ook hier kustplaatsen en drukke strandopgangen barrières vormen. De uitwisseling met soorten uit de zandige gebieden in oost en zuid Nederland is beperkt.

 

Deze pagina is mede tot stand gekomen door een bijdrage van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan het EUCC-project Green Islands Impuls Nederland


© 2001-2009 - Copyright Kust & Zee / Coastinfo, Leiden
Kust & Zee noch Coastinfo International kunnen verantwoordelijk worden gesteld voor fouten in deze pagina's