Natuur - Dieren


Blauwe vinvis
(Balaenoptera musculus)

Namen en verwantschap
Nederlands: blauwe vinvis
Engels: blue whale, sulphur-bottom, Sibbald's rorqual, Great northern rorqual
Frans: rorqual blue
Spaans: ballena azul
Duits: Blauwal

Zeezoogdier; orde: Cetacea (walvissen); onderorde: Mysticetti (Baardwalvissen); familie: Balaenopteridae (vinvissen)
Er worden drie ondersoorten onderscheiden:
1. Balaenoptera musculus musculus (noordelijk halfrond)
2. Balaenoptera musculus intermedia (zuidelijk halfrond)
3. Balaenoptera musculus brevicauda (kleine blauwe vinvis, vooral zuidelijk halfrond)

Beschrijving
Blauwe vinvissen hebben een erg lang, gestroomlijnd lichaam. Ze hebben een relatief kleine rugvin (ca. 35 cm) die zich achter de helft van het lichaam bevindt. De staartvinnen zijn breed en driehoekig met een inkeping in het midden. De borstvinnen zijn slank en puntig en relatief kort. Het hoofd is plat, breed, en U-vormig en is ongeveer een kwart van de lengte van het lichaam. Over de bovenkant van het hoofd loopt een richel. Deze vinvissen hebben twee spuitgaten. Verder hebben ze 50 tot 90 keel groeven, 540-790 baleinen van ongeveer 90-100 cm lengte en een breedte van 50-55 cm.
Kleur: lichtblauw tot grijs van kleur, vele witte of grijze vlekken over het gehele lichaam achter het hoofd. Onderzijde wit, blauw en soms geel. Onderzijde buikvinnen licht of wit van kleur. De baleinen zijn zwart.
Lengte: mannetjes gemiddeld 25 m (tot 27 m); vrouwtjes gemiddeld 27 m (tot 33 m); pasgeborenen 6-7 m. De kleine blauwe vinvis wordt gemiddeld 24,4 m.
Gewicht: volwassenen wegen wellicht 145.000 -176.000 kg (tot 190.000 kg); pasgeborenen 3.000 kg.
De blauwe vinvis is het grootste dier dat ooit geleefd heeft, zelfs groter dan de grootste bekende dinosaurus. De zwaarste blauwe vinvis ooit gewogen was een vrouwtje dat 190 ton woog en 27,6 m lang was en gevangen was in de Noordelijke IJszee in 1947. De langste blauwe vinvis ooit gemeten was een vrouwtje van 33,85 m dat gevangen was bij Grytviken (Zuid Georgië) in 1909.

Verspreiding
Blauwe vinvissen kunnen in alle oceanen ter wereld gevonden worden. Er worden drie verschillende ondersoorten onderscheiden:
1. Balaenoptera musculus musculus. Geografisch opgedeeld in noordelijk Atlantische en noordelijk Pacifische populaties.
De noord Atlantische populatie migreert naar de Noordelijk IJszee in de zomer en kan gevonden worden rond Spitsbergen, Straat van Davis, wellicht Baffin Baai, zuidelijk Groenland en IJsland. De meeste migreren in de winter naar wateren aan de oostkust van de Verenigde Staten en Centraal Amerika. Sommige Noord Atlantische blauwe vinvissen migreren in de winter naar de Kaap Verdische eilanden langs de West-Afrikaanse kust.
2. Balaenoptera musculus intermedia. Foerageren rond Antarctica in de zuidelijke zomer. Precieze broedgebieden onbekend. Hebben geen contact met noordelijke ondersoort.
3. Balaenoptera musculus brevicauda (kleine blauwe vinvis). Kunnen gevonden worden in de Indische Oceaan. Blijft mogelijk het hele jaar in hetzelfde gebied of migreert naar het zuiden tijdens de zuidelijke zomer.
Migratie: De meeste blauwe vinvissen migreren. In de zomer kunnen ze in Arctische of Antarctische wateren gevonden worden, waar zij krill eten gedurende 3-4 maanden. In het najaar zwemmen ze naar warmer water op lagere breedtegraden. Tijdens de migratie en in overwinteringgebieden eten zij nauwelijks en teren op hun reserves. Paren en baren vindt plaats op lagere breedtegraden.

Habitat
Deze soort leeft in de open oceaan en wordt alleen in de poolgebieden dicht bij land gezien als zij het terugtrekkende ijs volgen. Komt ook dichter bij land om te foerageren.

Voedsel
Eet vooral krill, maar eet ook andere plankton soorten en kleine vissen. Volwassen blauwe vinvissen eten tot 3-4 ton krill per dag.

Gedrag en voortplanting
Foerageren: vinvissen eten door krill met water op te slokken en het daarna in de mond te zeven door het water naar buiten te persen door de vele kamachtige baleinen.
Sociaal Gedrag: meestal alleen, in paren (bijv. moeder met kalf) of in groepen van drie. Eenlingen die een aantal kilometers uit elkaar zijn kunnen wel nog met elkaar communiceren. Grotere groepen worden waargenomen in foerageer gebieden. Sommige blauwe vinvissen zijn schuw voor mensen, andere niet.
Geluiden: communiceren met kreunen, klopgeluiden, klikgeluiden, kraakgeluiden en zoemgeluiden, alsook door op het water te springen of op het water te slaan met hun staart. Voorbeeld
Mobiliteit: normale snelheid 22 km/u (tot 48 km/u); duiken niet diep (meestal minder dan 100 m, tot 200 m; geharpoeneerde dieren hebben tot 500 m gedoken); duiken duurt 10-30 minuten; volwassenen springen nauwelijks uit het water.
Bijzonderheden: spuit 8-15 keer tussen normale duiken. Spuit 6-12 m hoog.
Volwassenheid: schattingen over wanneer de vinvissen volwassenheid bereiken variëren tussen 5-10 jaar.
Voortplantingscapaciteit: elke 2-3 jaar; tweelingen zijn zeldzaam.
Voortplantingsperiode: paren vindt op het noordelijk halfrond plaats in najaar-winter; paren op het zuidelijk halfrond vindt in de plaats in de zuidelijk winter (juli); draagtijd 10-12 maanden; jongen worden in warmere wateren geboren.
Zoogtijd: 7-8 maanden
Levensduur: schattingen lopen uiteen tussen 80-110 jaar.

Predatie en competitie
Door hun grootte is de mens het enige die ze bedreigd.
De blauwe vinvis is in directe competitie met de gewone, noordse en dwergvinvissen omdat al deze soorten hetzelfde voedsel eten.

Bedreigingen
Door de mens tussen ca. 1860 en 1966 bijna uitgeroeid voor vet, olie en balein. Hoewel jagen op deze walvis door het IWC verboden is sinds 1966, wordt vlees van blauwe vinvissen nog steeds aangeboden in Japan. Er wordt dan gedaan alsof het vlees van andere soorten afkomstig is. Japanners jagen nog steeds op walvissen voor “wetenschappelijke doeleinden”.
Andere bedreigingen: zijn geluidsoverlast en chemische en andere vervuiling, botsingen met grote schepen en verstrikking in visnetten.

Bescherming
EU Habitatrichtlijn, bijlage IV
IUCN Red List 2002: de soort is in gevaar
CITES: Appendix I
Bern Conventie Appendix II
Bonn (ook bekend als CMS) Conventie Appendix I
Beschermd sinds 1957

Aantallen
Oorspronkelijk aantal in de tijd vóór de walvisvaart: 228.000. Recente schattingen: 11.700

Aanbevolen literatuur en bronnen:
www.cetacea.org
www.wdcs.org
http://animaldiversity.ummz.umich.edu
http://quin.unep-wcmc.org
The Magna Illustrated Guide to Mammals of Britain and Europe
G. Waller, Sealife. GMB / Pica Press.
M. Würtz and N. Repetto, Walvissen & Dolfijnen.
M. Carwardine e.a. 1998. Walvissen, dolfijnen & bruinvissen.
De Vleet. Ecomare, Texel.