|
Regio |
| De Friese Kust |
| |
![]() |
Wie aan Friesland denkt,
denkt aan Elfstedentocht, fierljeppen, kaatsen of skûtsjesilen. Maar Friesland
is meer dan dat. Men vindt er rust, ruimte, groen en water. Men kan er fietsen,
wandelen, varen op de vele wateren, winkelen in één van de steden of dorpen
en genieten van een overvloed aan natuur en (geheel eigen) cultuur.
Het landschap is heel weids, af en toe wordt het uitzicht onderbroken door een
dorpje of stad. Zoals bekend van de Elfstedentocht heeft Friesland elf steden,
alle met hun eigen identiteit en charme. Zo varieert het aantal inwoners per
stad van zo'n 700 (Sloten) tot wel 90.000 (Leeuwarden). Opmerkelijk is dat de
steden hoofdzakelijk in het westen van de provincie liggen. De meeste steden
hebben hun stadsrechten en hun welvaart ooit te danken gehad aan handel en zeevaart
door hun nabijheid tot de Zuiderzee en de Middelzee. Door inpoldering en landaanwinning
hebben diverse steden daarna hun ligging aan zee verloren.
Voor de Waddenzee en de
Waddeneilanden zie de pagina Waddengebied
en Terschelling, Vlieland,
Ameland en Schiermonnikoog
Voor meer algemene informatie zie de pagina Nederland.
Zee en kustlijn
Waddenzee:
ondiepe kustzee, onderdeel van een internationaal getijdengebied, bij
uitstek kraamkamer voor de Noordzee. Hier leven gewone
zeehonden, grijze zeehonden
en tal van kustvogels en vissen. Langs de Waddenzeekust wordt het Friese land
beschermd door zeedijken met aan de zeezijde de vml. landaanwinninggebieden.
Lauwersmeer:
vroeger de Lauwerszee, maar omdijkt in 1969; een deel is militair gebied (Marnewaard),
het resterende deel is sinds 12 november 2003 officieel Nationaal Park (4617
ha) met vooral gras- en rietlanden, moerasbos en water. Vooral de graslanden
hebben een rijke flora (bijv. orchideeën, parnassia); belangrijk als broedgebied
voor steltlopers (met name kemphaan) en rustgebied voor trekvogels en wintergasten
(eenden en ganzen). Het Nationaal Park is vrij toegankelijk op fiets- en wandelpaden.
www.lauwersmeer.org,
Vogels in het Lauwersmeer
Bantpolder
(113 ha): binnendijkse polder, van belang voor rotganzen, broedgebied voor diverse
steltlopers (o.m. grutto, kluut) en rust- en overwinteringsgebied voor vele
duizenden brandganzen. Niet toegankelijk.
Peazemerlannen
(480 ha): vml. landaanwinningsgebied waarvan een groot deel zich heeft ontwikkeld
tot kwelder als gevolg van een doorbraak van de zomerdijk in 1973; belangrijk
voor vogels, w.o. sterns, kluten, eenden en ganzen. Niet opengesteld, maar goed
te overzien vanaf de zomerdijken.
Bildtpollen - Noord-Friesland
Buitendijks (2430 ha): twee aan elkaar grenzende landaanwinningsgebieden
bestaande uit slikken, kwelders en zomerpolders aan de rand van de Waddenzee.
De zomerpolders en hogere kwelders worden begraasd; de slikken en lagergelegen
kwelders lopen bij vloed onder water. De kweldervegetatie bestaat o.m. uit zeeaster,
zoutmelde, slijkgras en zeekraal. Het gebied is van groot belang voor broedvogels
en voor trekvogels en wintergasten (eenden en ganzen). In de broedtijd (april-15
juli) is het gebied gesloten, behalve de Zeedijk en een wandelroute.
IJsselmeer
Het IJsselmeer is een ondiep, zoet binnenwater, restant van de ooit zo uitgestrekte
en woelige Zuiderzee, die in 1932 definitief werd getemd door de aanleg van
de Afsluitdijk. Het IJsselmeer is van groot belang voor watervogels, voor het
waterbeheer en voor de waterrecreatie en herbergt vissoorten als baars, kolblei,
karper, rietvoorn, snoek en snoekbaars.
Van de Afsluitdijk tot aan Lemmer zijn zandbanken te zien die doen denken aan
het Waddengebied. Deze zijn dan ook ontstaan in de vml. Zuiderzee, een kwelderlandschap
met ondiepten, banken en geulen gevormd door aanslibbing en afslag. Onder invloed
van stroming en golfslag zijn smalle schoorwallen ontstaan.
Na de aanleg van de Afsluitdijk viel het getij weg en verzoette het water. Bovendien
werd de waterstand verlaagd, zodat schoorwallen, banken en platen permanent
droog kwamen te liggen. Al spoedig raakten deze droge gebieden, die waarden
worden genoemd, begroeid met o.m. rietvelden, struikgewas en bosjes en werden
zij belangrijk voor broed- en vooral trekvogels. In het noordelijk kustvak liggen
nog vele schelpenbanken en bevat de waterbodem veel schelpengruis, een herinnering
aan de Zuiderzee. De noordelijke waarden zijn:
Makkumer- en Kooiwaard (1680 ha): op deze grote waard, die wordt
doorsneden door een vaargeul, groeien dankzij het maaibeheer o.m. orchideeën;
belangrijk voor broedvogels als roerdomp, porseleinhoen, waterral, kluut, kiekendieven
en sterns en 's winters voor eenden, ganzen en zwanen. Niet toegankelijk, maar
goed te overzien vanaf de zeedijk bij Piaam (Kooireid).
Workumerwaard
(700 ha): de schelpenbanken en graslanden zijn ideale broedplaatsen voor sterns
(visdiefje, dwergstern), kluut en kemphaan; begrazing zorgt voor een open vegetatie
met diverse soorten orchideeën. In het broedseizoen niet toegankelijk, daarbuiten
alleen met een toegangskaart (Gemeentehuis Workum).
Bocht van Molkwerum
(420): belangrijk rustgebied voor vogels, vooral in de winter. Alleen toegankelijk
over het pad naar de vogelhut, maar ook goed te overzien vanaf de zeedijk. Op
de zuidelijke kust ligt tussen kustlijn en schoorwal een meestal brede ondiepe
strook water. Dit open water en de kale zandplaten ervoor zijn ideaal voor een
grote verscheidenheid aan vogels. De beschermde gebieden zijn:
Mokkebank
(1400 ha): met riet en struweel begroeide zandbanken omgeven door water; belangrijke
rust en ruiplaats voor futen, eenden, ganzen, meerkoeten, zwanen, steltlopers,
sterns, lepelaars etc. Niet toegankelijk, maar goed te overzien vanaf de zeedijk
en vogelhut bij Laaksum.
Steile Bank
(1200 ha): kale zandplaat, omgeven door water; rustgebied voor diverse vogels
w.o. eenden, ganzen en aalscholvers. Niet toegankelijk, maar goed te overzien
vanaf de zeedijk ten westen van Oudemirdum.
Cultuurlandschappen
Het noordelijke zeekleigebied wordt vooral gekenmerkt door akkerbouw. Er is
weinig bebouwing; op uitgestrekte vlakten staan verspreide boerderijen. In het
zuidwesten, aan de IJsselmeerkust, komen hier en daar veengronden en -moerassen
voor. Deze laaggelegen en natte terreinen kregen de kans om zich op natuurlijke
wijze te ontwikkelen, omdat ze voor agrarisch gebruik onrendabel waren. Hierdoor
zijn laagveenmoerassen uitgegroeid tot rijke en zeer gevarieerde natuurgebieden.
Een deel van de buitendijkse waarden langs het IJsselmeer is ingepolderd en
als cultuurland in gebruik genomen. Door de lage ligging komt in de poldersloten
hier en daar brak kwelwater naar boven; daar is soms nog een bijzondere brakwaterflora
aanwezig.
Natuurbeheer
Veel natuurgebieden worden beheerd door It Fryske Gea. Deze stichting
beheert meer dan 50 verschillende natuurgebieden, met een totale oppervlakte
van meer dan 18.700 hectare. Het waterschap (Wetterskip Fryslân) heeft
de zorg over het dijk- en waterbeheer.
Natuurcentra
Fries Natuurmuseum:
het Friese landschap; walvistentoonstelling. Schoenmakersperk 2, Leeuwarden.
Tel. 058 2129085. www.natuurmuseumfryslan.nl
Natuurmuseum Dokkum:
natuur in NO-Friesland. Kleine Oosterstraat 12, Dokkum. Tel. 0519 297318.
Mar en Klif:
informatiecentrum over natuur en landschap van ZW-Friesland, met o.m. dassenburcht
en heemtuin. Niet gratis. De Brink 4, Oudemirdum. Tel. 0514 571777.
Natuurhistorisch
Museum It Fûgelhûs: collectie van ruim 200 verschillende vogels en de
geschiedenis van de waarden. Buren 8, Piaam, tel. 0515 575681.
Vogelhutten in Friesland: een overzicht van de observatiehutten, -schermen en -punten.