| Natuur - Dieren |
|
Grijze Zeehond |
Classificatie en benamingen
Zeezoogdier; orde: Carnivora (roofdieren); familie: Phocidae
(robben).
Overige namen en in andere talen:
Nederlands: Grijze zeehond, kegelrob
Engels/English: Grey seal
Frans/Français: le phoque gris
Duits/Deutsch: Kegelrobbe, Grauer Seehund
Omschrijving
Torpedovormig lichaam met grote kop. Belangrijk verschil met de gewone
zeehond is dat de neusgaten parallel lopen bij de grijze zeehond. Mannetjes
hebben een verlengde snuit met een brede, zware muil.
Kleur: mannetjes donkere vacht, soms met lichte vlekken.
Vrouwtjes licht gekleurde vacht met donkere vlekken. Pasgeborenen hebben een
langharige, witte vacht, dat zij verliezen na twee weken.
Lengte: mannetjes 195-250 cm, vrouwtjes 165-210 cm,
pasgeborenen 95-105 cm
Gewicht: mannetjes: 170-350 kg, vrouwtjes 105-220
kg, pasgeborenen 11-20 kg.
Verspreiding
Grijze zeehonden komen voor langs de Noord Atlantische kusten en vallen
uiteen in drie stammen. De eerste stam in de westelijke Atlantische Oceaan.
De tweede stam in het noorden van Europa, van IJsland in het westen tot de Witte
Zee in het oosten. Verder langs de Britse eilanden en langs de Atlantische en
Noordzee kusten, zuidelijk tot aan Brittanië (F). In de Oostzee komt een
aparte, derde, stam grijze zeehonden voor.
In Nederland komt een kleine populatie voor in
de Waddenzee. Jongen moeten, in tegenstelling tot de gewone zeehond, een aantal
weken op het droge blijven om te wisselen van vacht en wat zwaarder te worden.
O.a. zandplaat de Richel aan de oostkant van Vlieland is daarvoor geschikt omdat
deze alleen bij springvloed onderloopt.
Migratie: kunnen honderden kilometers afleggen. 30%
van de jongen vertrekt naar andere gebieden om voort te planten.
Habitat
Voortplantingsgebieden van de Oost-Atlantische populaties omvatten onbeschutte
rotskusten, vooral onbewoonde eilanden. Bij een aantal locaties, vooral op de
eilanden, hebben de zeehonden een voorkeur voor grazige stukjes. Ook rotsrichels,
kiezelstranden en zandstranden (bijv. Sable Island en de Wadden Zee) worden
gebruikt. De grootste kolonies worden gevonden op zandstranden of grassige locaties.
In de Oostzee broeden Grijze zeehonden op het ijs. Zij gebruiken echter ook
kleine eilanden als er geen ijs aanwezig is.
In het zuidwesten van Groot-Brittannië, Ierland en Frankrijk worden de meeste
jongen geboren in grotten of op stranden onder steile kliffen. Er wordt daar
een hoge sterfte waargenomen onder de jongen tijdens stormen. Bij eb droogvallende
vlakten in riviermondingen worden gebruikt om uit te rusten, maar niet om te
zogen.
Voedsel
Grijze zeehonden voeden zich met een breed scala aan vissoorten, inktvissen
en schaaldieren. In een onderzoek langs de Britse oostkust waren de belangrijkste
prooidieren Zandaal (Ammodytus sp.), Kabeljauw (Gadus morhua),
Koolvis (Pollachius virens), Schelvis (Melogrammus aeglefinus),
wijting (Merlangius merlangus) en een aantal platvissoorten, w.o. Bot (Platichthys
flesus). Het dieet varieert tussen regio's en individuele locaties ook tussen
de seizoenen en de jaren. Eet ca. 5 kg vis per dag.
Gedrag en voortplanting
Foerageren: foerageren rond bodem, vasten tijdens
voortplanting (vrouwtjes 6 weken, mannetjes 3 weken)
Sociaal gedrag: grote groepen tot 2000 dieren in broedseizoen
Geluiden: maken allerlei geluiden, jongen maken blatende
en huilgeluiden Voorbeeld
Mobiliteit: duikt 25 m (tot 200 m), kunnen honderden
km afleggen
Bijzonderheden: Dankzij de ontwikkeling van volgtechnologie,
is informatie beschikbaar over het foerageergedrag van de dieren, waarbij een
grote verspreiding te zien is vanaf de voortplantingsgebieden naar aangrenzende
kustwateren.
Volgstudies met ruimtesatellieten in Groot-Brittannië en in de Oostzee hebben
laten zien dat Grijze zeehonden tochten maken tussen rustgebieden, die soms
wel honderden kilometers uit elkaar liggen. Reizen van de kust af kunnen wel
50 km van het land af zijn, en kunnen een aantal dagen duren.
De diepst waargenomen duik was meer dan 100 m, terwijl de gemiddelde duik ongeveer
25 m was. De meeste duiken reiken tot dicht bij de bodem, hetgeen wijst op foerageren
op de bodem.
Volwassenheid: vrouwtjes 3-5 jaar, mannetjes 6-8 jaar,
hoewel zij vaak pas sociaal volwassen zijn als zij 8 jaar of ouder zijn. Door
de kleine populatiegrootte in de Oostzee kunnen beide seksen daar al volwassen
zijn op 3 jarige leeftijd.
Voortplantingscapaciteit: Grijze zeehondenmannetjes
hebben meerdere vrouwtjes. Volwassen mannetjes blijven in de buurt van het voortplantingsgebied
en komen voor kortere of langere tijd aan land. Afhankelijk van het terrein
kunnen er 2-10 maal zoveel vrouwtjes als mannetjes zijn. Dominante mannetjes
kunnen andere mannetjes beletten te paren of hen uit de kolonie verjagen. Vrouwtjes
werpen één jong, op het land of op ijs.
Voortplantingsperiode: draagtijd 11 maanden. Het tijdstip
van het jongen varieert al naargelang het verspreidingsgebied. De Oost Atlantische
populatie jongt in het najaar, van september tot december. In het zuidwesten
van Groot-Brittannië en in de Waddenzee loopt deze periode door tot januari.
In de Oostzee worden de jongen in februari en maart op het ijs geboren.
Zoogtijd: het jong wordt op het land gezoogd gedurende
ca. 17-18 dagen en neemt per dag 1,5-2 kg in gewicht toe. Tijdens de zoogtijd
eten de vrouwtjes niet en blijven onafgebroken bij hun jong, of bewegen zich
tussen het jong en de zee. Vrouwtjes worden bronstig tegen het einde van de
zoogperiode en paren een aantal keren alvorens naar zee terug te keren.
Levensduur: sterfte onder jonge dieren is het laagst
bij kolonies op ijs of op zandstranden. De levensduur van vrouwtjes is gemiddeld
46 jaar, van mannetjes 26 jaar.
Predatie, concurrentie en bedreigingen
Er kan enige overlap in dieet zijn met de Gewone zeehond (Phoca vitulina).
Naast de mens zijn de enige predatoren op grijze zeehonden de Orka (Orcinus
orca) en grote haaien.
Veel van de vissoorten die gegeten worden door grijze zeehonden worden ook commercieel
gevist en in sommige gebieden hebben vissers herhaaldelijk gepleit voor het
doden van zeehonden om de overbevissing te kunnen handhaven.
In IJsland, Noorwegen en de Faroer eilanden (en tot voor kort ook in Schotland
en Denemarken) worden Grijze zeehonden door vissers gedood om schade aan hun
visnetten te voorkomen, uit broodnijd of door bezorgdheid vanwege het feit dat
de Grijze zeehond drager is (of kan zijn) van de kabeljauwworm (Pseudoterranova
decipiens). Meestal is het vissers en eigenaren en werknemers van viskwekerijen
toegestaan om zeehonden af te schieten die vistuig of vangsten beschadigen.
In IJsland wordt het doden van zeehonden door de regering aangemoedigd met afschotpremies.
Het is overigens nooit bewezen dat het afschieten van zeehonden heeft geresulteerd
in minder schade.
Rond Ierland en in de Oostzee is onbedoelde bijvangst van Grijze zeehonden een
bedreiging, maar dit kan in het gehele verspreidingsgebied voorkomen.
De Oostzee is zwaar vervuild en de vruchtbaarheid van zeehonden daar is laag.
Bij Grijze zeehonden komen veel reproductieve afwijkingen voor, evenals steriliteit.
Deze afwijkingen kunnen het gevolg zijn van PCB of DDT of afgeleide stoffen;
hoge concentraties van deze stoffen zijn gemeten op de bijnierklieren van zeehonden.
Alle zeehonden zijn vatbaar voor besmettelijke ziekten, zoals de virusepidemie
die leidde tot de dood van grote aantallen Gewone zeehonden in de Noordzee in
1988; de Grijze zeehond heeft hier overigens nauwelijks van te lijden gehad.
In de Waddenzee kunnen zeehonden gemakkelijk verstoord worden door toerisme,
visserij en delfstofwinning; er is echter weinig bekend over reacties op menselijke
aanwezigheid, lawaai onderwater en lawaai door vliegtuigen. In de Oostzee zijn
zeehondenpopulaties vatbaar voor verstoring door ijsbrekers, met mogelijk gevolgen
voor het voortplantingssucces.
Bescherming
Omdat de Atlantische populaties in aantal toenemen is er geen gevaar voor uitsterven.
Alleen de kleine Oostzeepopulatie is kwetsbaar. De Grijze zeehond geniet bescherming
krachtens:
De Oostzeepopulatie wordt bovendien beschermd door:
Aantallen 2004 in Nederlandse Waddenzee
De laatst bekende gegevens zijn van 2004, toen werden er 1100 grijze zeehonden
geteld. De virusziekte die in 2002 grote sterfte onder de gewone zeehond veroorzaakte
had bijna geen invloed op de populatie grijze zeehonden. (Bron: Alterra)
| Aanbevolen literatuur en bronnen:
|