Plaatsen


Haarlem


Historie

Haarlem komt rond 900-950 voor het eerst als nederzetting in de bronnen voor. Er is dan sprake van drie boerderijen in 'Haralem', een naam die is afgeleid van het woord 'haar' (zandige hoogte). Haarlem ontstond namelijk op de meest oostelijke strandwal, geflankeerd door het Spaarne. Omdat de strandwal een belangrijke Noord-Zuid verbinding was, legde de oorspronkelijke boerenbevolking zich steeds meer op handel en bedrijf toe. Ook het Spaarne was een goede verbinding maar dan over water.

De stad kreeg in 1245 stadrechten, graaf Willem ll van Holland liet rond 1250 't Sant (de tegenwoordige Grote Markt) een jachtslot bouwen en ontwikkelde zich voorspoedig. Voor de economie waren de brouwerijen, de scheepsbouw en de lakennijverheid erg belangrijk. Er kwamen negentien kloosters en één begijnhof. In de loop van de vijftiende eeuw begon de economie terug te lopen. In 1572 koos het stadsbestuur partij voor de opstandelingen van Prins Willem van Oranje. Het gevolg was dat de Spaanse troepen de stad bezetten. Uiteindelijk moest de stad zich in 1573 overgeven. In 1577 vertrokken de Spanjaarden en kwam de stad definitief aan de kant van Prins Willem van Oranje. Na 1577 brak er een tijd aan van enorme bloei. Rond 1573 waren er ongeveer 18.000 inwoners. In 1622 was dit aantal gegroeid tot 40.000. Dit kwam omdat veel Vlamingen naar het noorden trokken om het Spaanse regime te ontlopen en in het noorden meer economische kansen zagen. De bekende schilder Frans Hals is een zoon van een Vlaamse textielarbeider. Vooral de textielindustrie kreeg door de Vlamingen een extra impuls en het aantal brouwerijen steeg tot 120.

Vanaf 1680 ging het bergafwaarts met de stad. In 1815 was de bevolking gedaald tot 17.000 inwoners waarvan velen arm waren. In de tweede helft van de negentiende eeuw begon de stad langzaam op te krabbelen. Er kwamen nieuwe industrieën. Zo ontwikkelde de rijtuigenfabriek van J.J. Beijnes zich tot de moderne Fabriek van Rijtuigen en Spoorwagens. Uit de kistenfabriek van Hendrik Figee groeide een bedrijf dat zich toelegde op hefkranen, heimachines en baggermolens. Haarlem kreeg ook internationale reputatie op het gebied van de grafische industrie. De firma Enschede groeide uit tot een groot en veelzijdig bedrijf. Enkele opmerkelijke feiten uit de geschiedenis zijn: 1656 - eerste krant van Europa, 1778 - eerste museum (Teylers museum), 1839 - eerste spoorlijn (Haarlem-Amsterdam), 1864 - eerste HBS, 1868 - eerste kweekschool, 1899 -eerste elektrische tram.