Plaatsen


Hoek van Holland


Historie

Ontstaan. Al lang voordat het dorp er was werd de naam Hoek van Holland gebruikt voor uiterste zuidwesthoek van het Hollandse vasteland, waar de strandwallen en Oude duinen al duizenden jaren geleden werden doorbroken door de monding van de Maas en de Waal. Hier liepen de Delflandse duinen (Kapittelduinen) met een boog naar het zuiden en oosten. De ligging van de kustlijn is vervolgens ingrijpend veranderd door de St.-Elizabethsvloed in 1421, die grote verandering bracht in de loop van de benedenrivieren. De kustlijn met haar duinruggen liep toen ten zuiden van 's-Gravenzande en liep vervolgens met een grote boog naar de Maeslant-sluys, het tegenwoordige Maassluis. Na de St.-Elizabethsvloed ontstonden zandplaten en eilanden die aaneengroeiden tot het eiland Rozenburg. Ook groeide de zuidwesthoek van het vasteland steeds verder aan: 'de Hoek'. Er waren destijds vele verbindingswegen met de zee. In verband met dichtslibbing van de vaargeul zijn in de 18e en 19e eeuw diverse plannen ontworpen om de toegang van Rotterdam tot de zee te verbeteren. Een van die verbeteringen was het graven van het Kanaal van Voorne in 1827-'29, waardoor Hellevoetsluis en (het inmiddels verdwenen) Nieuwesluis www.nieuwesluis.nl met elkaar verbonden werden. In 1863 werd het wetsontwerp tot doorgraving van de 'Hoek' van Holland aangenomen. Het zou tot in 1872 duren, voordat de Nieuwe Waterweg officeel in gebruik werd genomen. Ten zuiden van de Waterweg veranderde het duinschiereiland in een eiland: het befaamde vogeleiland de Beer.

Eerste bewoners. De voor het graafwerk van de Nieuwe Waterweg benodigde arbeidskrachten vestigden zich in keten en houten noodwoningen in de 'Oude Hoek', tegenwoordig het 'Zuidelijk Strandcentrum'. Reeds voor dit werkvolk kwamen veel ambtenaren en ander personeel van de Waterstaat naar de Hoek, die zich ook op de 'Oude Hoek' hadden gevestigd. De woonhuizen van de latere douane-ambtenaren en het personeel van het Loodswezen, het directie-gebouw van de Rijkswaterstaat, alles concentreerde zich op de Oude Hoek. Eerst behoorde het bij de gemeente 's-Gravenzande maar in 1914 werd het geannexeerd door de gemeente Rotterdam. Langzaam maar zeker breidde het dorp zich uit, een oude en een nieuwe woonkern met daar om heen aparte wijken.

Ontwikkeling. De eerste inwoners hadden geen enkel vervoermiddel tot hun beschikking. Voor veel dingen waren zij afhankelijk van de dichtsbijzijnde plaats 's-Gravenzande en er was maar één mogelijkheid om daar te komen en dat was lopen. Het eerste reizigersvervoer ging per diligence naar 's-Gravenzande. In 1907 reed de eerste tram die tot in de 30-er jaren is blijven rijden. In 1893 werd een station gebouwd samen met een douaneloods en een aanlegsteiger. Er kwam een regelmatige treinverbinding tot stand met Rotterdam. In de 30-er jaren werd de spoorlijn Hoek van Holland-Rotterdam geëlectrificeerd, waardoor de treinverbinding sneller en beter werd.

Reddingwezen. De Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen (KZHMRS) werd opgericht in 1824 en de eerste boot werd gestationneerd aan de kust van de 'Hoek' van Holland; zij moest vanaf het strand te water worden gelaten. In 1895 kwam de eerste stoomreddingboot 'President van Heel' en in 1909 de tweede, de 'Prins der Nederlanden'. In 1963 werd de dubbelschroefreddingboot 'Koningin Juliana' door ZKH Prins Bernhard in dienst gesteld. Het totaal aantal drenkelingen dat inmiddels is gered door de Hoekse redders bedraagt ca. 1500.

Loodswezen. Het beloodsen van schepen was tijdens de Middeleeuwen een particuliere aangelegenheid; pas in 1860 werd het een overheidstaak. Na het graven van de Nieuwe Waterweg werden er tonnen gelegd in en voor de monding. Op de wal werden korfbakens geplaatst ter aanduiding van het vaarwater en op de zuidelijke oever werden twee geleidelichten in gebruik genomen. In 1878 werd een reddingboot gebouwd voor het aan boord brengen van de loodsen. In 1880 werd een loodskotter buitengaats gestationeerd voor het afhalen van de loodsen. Later werden de kotters vervangen door stoomloodsboten. In 1893 werd de eerste vaste vuurtoren gebouwd, in 1956 werd de eerste radar op de semafoor geplaatst, in 1974 kwamen er nieuwe geleidelichten op de Maasvlakte en in 1980 werd een geheel nieuwe radarketen operationeel. Het loodswezen is in 1989 weer geprivatiseerd.
Garnizoen. Ter verdediging van de toegangsweg naar Rotterdam werd in 1883 het Pantserfort Maasmond gebouwd. Na de Eerste Wereldoorlog werd het Korps Pantserfort opgenomen in het Regiment Kustartillerie en de 4e Compagnie Kustartillerie werd gelegerd in het 'Fort aan den Hoek van Holland'. Door bezuinigingen werd het fort na 1927 alleen nog gebruikt voor de opslag van goederen. In 1938 werd er weer een militair bezetting in het fort gelegerd. Door het dreigende oorlogsgevaar werd de bezetting van het fort op volle sterkte gebracht. Na de Tweede Wereldoorlog werd het Korps Kustartillerie niet meer opgericht. Hoek van Holland is nog wel een garnizoensplaats gebleven voor het Britse leger die hier een Transit Camp vestigde voor militairen die heen en weer reisden tussen Duitsland en Engeland.

Badplaats. Pas na de Eerste Wereldoorlog kwam in de twintiger jaren het baden in zee bij Hoek van Holland in zwang. Eerst beperkt als particulier initiatief maar later in beheer door de gemeente, met verhuur van percelen aan strandexploitanten. De vakantiemogelijkheden werden bevorderd door een bootverbinding vanuit Rotterdam en door de aanleg van de Hoekse Bosjes. Vanaf 1930 werd het strand bewaakt door de Rotterdamse Reddings Brigade, maar vanaf 1973 kwam er een beroepsstrandwacht. Na de Tweede Wereldoorlog is de wederbouw van de 'Oude Hoek' een groot probleem gebleven, waardoor er niet voldoende hotel- en pensionruimte beschikbaar is gekomen. Het verblijfstoerisme heeft zich dan ook niet echt goed kunnen ontwikkelen, waardoor de functie als badplaats zich tegenwoordig toespitst op dagjesmensen met belangstelling voor strand en scheepvaart. Het strand en de duinen zijn in de zeventiger jaren uitgebreid met zand, afkomstig van de Maasvlakte en uit de vaargeul (Noordzee en de Nieuwe Waterweg).

Havenontwikkeling. Na de opkomst van de Rotterdamse haven in de 2e helft van de 19e eeuw is het herstel na 1945 in een duizelingwekkend tempo doorgezet. In de vijftiger jaren werden de Botlek en de Eerste Petroleumhaven gegraven en in de jaren 1960 en '70 kwam het enorme Europoortgebied tot stand. In 1967 werd begonnen met de aanleg van de nieuwe havenmond bij Hoek van Holland. Ook de aanleg van de Maasvlakte werd toen ter hand genomen. De Maasgeul heeft tegenwoordig een lengte van 100 km en loopt vrijwel tot in het Engelse kanaal.