Natuur - Gebieden


Nationaal Park Oosterschelde


De Oosterschelde heeft na de aanleg van de stormvloedkering zijn getijdekarakter grotendeels behouden, maar de natuurwaarden zijn toch veranderd. De Oosterscheldekering wordt wereldwijd erkend als een Nederlands staaltje van waterbouwkunde. De 62 schuiven worden gemiddeld twee keer per jaar neergelaten ter bescherming van het achterland. Op de bij eb droogvallende zandplaten kan men aan de steile randen met wat geluk zeehonden bekijken.

Voor Nederland is het plaatsje Yerseke als centrum van Oester- en Mosselcultuur van groot belang. Op talloze percelen in de Oosterschelde worden mossels en oesters gekweekt die voornamelijk naar Frankrijk en België worden geëxporteerd.

Het Nationaal Park Oosterschelde is het grootste nationaal park van Nederland. Een rijke zoute waterwereld omringd door een rand van brakwater-natuurgebieden. www.npoosterschelde.nl

Omvang: ca. 35.000 ha
Beheer: Het Nationaal Park wordt beheerd door het Overlegorgaan, hierin zitten alle eigenaren, beheerders en overheden die taken of bevoegdheden hebben in het parkgebied. Dit gebeurd aan de hand van het Beheers- en Inrichtingsplan ‘Van de parels en het slik’ van Nationaal Park Oosterschelde dat op 8 mei 2002 is goedgekeurd.

Natuur en landschap

Onderwaterleven

Door de bouw van de Oosterscheldekering, is de getijdebeweging weliswaar afgenomen, maar nog steeds is de Oosterschelde een kenmerkend zoutwater gebied. Het water in de Oosterschelde is de laatste jaren zouter geworden, dit door de aanleg van de Oesterdam en Philipsdam, waardoor de aanvoer van het zoete rivierwater achterwege blijft.

Aan de zuidoever, tussen Kattendijke en Wemeldinge, loopt pal langs de dijk een 40 meter diepe getijdegeul. Door het zeer heldere water komen van heinde en verre duikers de onderwaterflora en –fauna (250 diersoorten, zeesterren, naaktslakjes, oesters, krabben, kreeften, baarzen, anemonen, etc) bewonderen.

Eilanden en platen

In april 1967 zou de Oosterschelde met een vaste dam worden afgesloten. Midden in de Oosterschelde legde men drie werkeilanden aan: Roggenplaat, Neeltje Jans en Noordland. Daar tussen zouden de verbindingsdammen komen.
Neeltje Jans: Natuurmonumenten en Stichting Het Zeeuwse Landschap hebben het gebied ontwikkeld tot een natuurgebied. Het middengedeelte is omgevormd tot een gevarieerd duinlandschap. Aan de Oosterscheldekant is en uitgestrekt slikkengebied met een vogeleiland. www.hetzeeuwselandschap.nl

Platen liggen bij laagwater als eilanden in het water, een mooie plek voor rustende zeehonden. Bij hoogwater worden de platen volledig overstroomd, en zijn dan een belangrijke plek voor voedselzoekende vissen. De twee grootste platen in de Oosterschelde zijn de:
Roggenplaat en de
Vondelingsplaat


Slikken en schorren, en inlagen en karrevelden

Slikken zijn voedselrijke door slib gevormde gebieden aan de rand van de Oosterschelde. Bij hoog water komen ze vrijwel helemaal onder water. Talloze vogels foerageren bij laagwater op deze drooggevallen gebieden, oa. door de aanwezigheid van kokkels. De vegetatie wordt voor een groot deel bepaald door zeegras, www.zeegras.nl.
Schorren zijn de wat hoger buitendijkse gebieden, deze komen niet dagelijks onder water, maar slechts een paar maal per jaar (springtij). Het zijn gebieden met een zilt karakter en veel zoutminnende vegetatie.

Inlagen en karrevelden zijn gelegen tussen de vele Oosterscheldedijken en de wat meer landinwaarts gelegen binnendijken. Deze oorspronkelijke akkers en weiden zijn door afgraving voor de bouw van de binnendijk ontstaan. Deze moerasachtige natte natuurgebieden zijn belangrijke vogelgebieden en onderdeel van Plan Tureluur.

Koudekerkse inlaag: met in het midden de Plompe toren. Dit is het laatste overblijfsel van het verzwolgen dorp Koudekerke, doet nu dienst als informatiecentrum.

Schelphoekgat: bij het dorpje Serooskerke is ontstaan bij de watersnoodramp van 1 februari 1953. In de dijk van de Schelphoekpolder ontstond één van de grootste stroomgaten op Schouwen-Duiveland met een lengte van 500 m en een diepte van ruim 50 m. Omdat zo’n groot stroomgat niet gedicht kon worden, werd er een ringdijk omheen gebouwd. Het gat in de oorspronkelijke zeedijk en het caisson dat in het gat afgezonken is, zijn nog goed zichtbaar. De baai is gebruikt als werkhaven bij de aanleg van de Oosterscheldekering.

Schouwense inlagen en karrevelden: belangrijk vogelbroedgebied voor oa. visdief, noordse stern, dwergstern, grote stern en kokmeeuw.

Krekengebied Ouwerkerk: ontstaan na een dijkdoorbraak in 1953. Maanden stroomde het zeewater vrij in en uit, waardoor bij het stroomgat een groot krekenstelsel ontstond.

Slikken van Viane: met oa. velden met Engels slijkgras (Spartina townsendii), belangrijk overwinteringsgebied voor honderden steenlopers

Rumoirtschorren: een gevarieerde vegetatie. Op de lage schorren komen planten zoals Engels slijkgras en zeeaster het meest voor. Bijzonder is het groot en klein zeegras in de kreken. Op de hogere delen zijn onder meer zeealsem en strandkweek te vinden. www.hetzeeuwselandschap.nl

Rammegors: oorspronkelijk een zoutwater getijdengebied, maar na de inpoldering in 1971 is Rammegors nu een zoet binnendijks natuurgebied. Het gebied staat nu op de lijst van gebieden waar zout-zoetgradiënten hersteld moeten worden.

Krabbenkreek: in deze uitloper komt het getijdewater tot rust, zodat met het water meegevoerd zand en slib bezinkt. Daardoor hebben zich uitgestrekte slikken gevormd, die bij laag water droogvallen. Foerageergebied voor steltlopers, zoals rosse grutto, scholekster, steenloper, en strandlopers. www.hetzeeuwselandschap.nl

Slikken van den Dortsman: groot slikgebied gelegen aan de zuidkust van Tholen.

Verdronken land van Zuid-Beveland: onstaan door de Sint-Felixvloed van 1530, een watersnoodramp die 18 dorpen en de stad Reimerswaal wegspoelde. Het schorren- en slikkengebied wordt nu beheerd door Natuurmonumenten. Broedgebied voor steltlopers als kluut, kievit en scholekster. www.natuurmonumenten.nl

Zandkreek: slik en schorgebied, door de Zandkreekdam scheiding met Veerse Meer.

Schor van Kats: een sterk eroderend, schelprijk schor met een hoog schorklif.

Inlagen Noord-Beveland: de inlagen die grotendeels uit open (zoet) water bestaan, zijn het gehele jaar zeer rijk aan vogels, vooral eenden, meeuwen en steltlopers. Vanaf de omringende dijken zijn de inlagen goed te overzien. www.hetzeeuwselandschap.nl

Bezoekerscentra
Waterland Neeltje Jans: Alles over veiligheid en natuur in Zeeland, incl. Delta Expo, excursies, werkeiland Neeltje Jans. Tel. 0111 652702. Bereikbaar per lijnbus tussen Middelburg en metrostation Spijkenisse (bereikbaar vanuit Rotterdam). www.neeltjejans.nl

Drinkwater
Evides waterbedrijf: levert drinkwater in Zeeland, het zuidwestelijk deel van Zuid-Holland en de Brabantse Wal. Evides combineert in waterwingebieden de waterwinning met natuurbeheer. In samenwerking met provincies en belangenorganisaties zorgt Evides ervoor dat de natuur wordt beschermd en dat plaatselijke verdroging wordt tegengegaan. Zo kunnen klanten van Evides ook in de toekomst over voldoende goed en betrouwbaar drinkwater en waardevolle natuur- en recreatiegebieden beschikken. www.evides.nl