Natuur - Gebieden


Nationaal Park Oosterschelde


Historie

Ontstaan. Voor de uitvoering van het Deltaplan was de Oosterschelde een open rivierdelta. Het zoute zeewater stroomde bij vloed tot diep in de rivieren. Daar mengde het zich met zoet rivierwater. Door deze menging van zoet en zout water was het water daar brak met een kenmerkende flora en fauna. Na de uitvoering van het Deltaplan is de Oosterschelde door de Philipsdam en Oesterdam van de rivieren afgesneden. Het is nu een zeearm, met een vast zoutgehalte.

Oosterscheldekering. De stormvloedkering van de Oosterschelde is de meest indrukwekkende waterkering van Nederland. In april 1967 zou de Oosterschelde met een vaste dam worden afgesloten. Midden in de Oosterschelde legde men drie werkeilanden aan: Roggenplaat, Neeltje Jans en Noordland. Daar tussen zouden de vaste verbindingsdammen komen. Maar inzichten veranderen, als de Oosterschelde afgesloten zou worden, zou het zoutwatermilieu verdwijnen, samen met de mossel -en oesterteelt. In 1975 kwam het toenmalige kabinet met het voorstel voor de huidige open kering die toch dicht kan. De kering bestaat uit pijlers waartussen schuiven hangen. Deze schuiven kunnen in geval van nood de Oosterschelde afsluiten. De 65 pijlers zijn tussen 30,25 en 38,75 meter hoog en wegen tot maximaal 18.000 ton. De stormvloedkering heeft 2,5 miljard euro gekost, en werd op 4 oktober 1986 door koningin Beatrix officieel geopend.

Natuur. De Oosterschelde heeft in de eerste plaats een natuurfunctie. Het is een prachtig grootschalig intergetijdengebied met een grote mate van natuurlijkheid. Het water is helder en er is een rijk onderwaterleven. De Oosterschelde is een internationaal belangrijk gebied voor vogels die er kunnen broeden, foerageren, overwinteren en ruien. De zeehonden zijn weer terug in de zoute deltawateren, er worden jaarlijks meer exemplaren geteld.

Mosselen. Deze schelpdieren zijn erg belangrijk voor de Zeeuwse vissers. Alle mosselen komen uiteindelijk in Yerseke terecht. Daar bieden de mosselkwekers hun lading ter verkoop aan op de veiling. In Yerseke staat de enige mosselveiling ter wereld. Afgezien van het veilen, is de aanwezigheid van de verwaterpercelen de belangrijkste reden om de mosselen naar Yerseke te brengen. Bij het opvissen van de volwassen mosselen van de kweekpercelen krijgen ze slib en zand in de schelp. Om dit kwijt te raken, worden de mosselen, nadat ze zijn geveild, vervoerd naar beschutte plaatsen in de Oosterschelde ten oosten van Yerseke. Dit zijn de zogenaamde verwaterplaatsen.

Deze ondiep gelegen percelen staan bij vloed ongeveer drie meter onder water en bij eb vallen ze bijna droog. Er is weinig golfslag, de stroomsterkte is beperkt en het zeewater is zuiver. De harde, vlakke en veenachtige bodem is een ideale ondergrond voor het verwateren. De mosselen worden na de veiling bij hoog water over de bodem uitgespreid. Tijdens de verwaterperiode komen de mosselen, na de reis van het wad naar Yerseke, tot rust en kunnen ze optimaal profiteren van de gunstige omstandigheden. Op deze weliswaar tijdrovende wijze is de Zeeuwse mossel absoluut zandvrij. Voor de uiteindelijke verwerking vindt nog een naverwatering in bassins van de mosselhandelaren plaats.

De verwaterpercelen worden ook wel de natte pakhuizen van Yerseke genoemd. Ze fungeren min of meer als opslag en zorgen ervoor dat de mosselen het predikaat 'Zeeuwse mosselen' verdienen.

Oesters. De oesterkweek van de platte oester werd door de strenge winter van 1963 en door de oesterziekte een zware slag toegebracht. In de zestiger jaren is de Japanse oester (in de handel creuse genaamd) in de Oosterschelde geïntroduceerd om de oesterkweek te herstellen.

De Japanse oester is een bedreiging voor de teelt van de Zeeuwse platte oester. Beide oestersoorten leven van hetzelfde plankton, maar de Japanse oester kan zich aanzienlijk sneller vestigen. Bovendien is de Japanse oester voor vogels niet te openen en daarmee geen geschikte voedselbron.

De Japanse oester is na twee jaar geschikt voor consumptie wanneer hij zo'n 100 gram (vleesgewicht) weegt. Bij de platte oester duurt dit veel langer. Pas na vier jaar bereikt de platte oester een gewicht van 75 gram. Op het moment worden er 1.550 hectare oesterkweekpercelen in de Oosterschelde verhuurd.

Dagelijks beheer. Het Nationaal Park wordt beheerd door het Overlegorgaan, hierin zitten alle eigenaren, beheerders en overheden die taken of bevoegdheden hebben in het parkgebied. Dit gebeurd aan de hand van het Beheers- en Inrichtingsplan ‘Van de parels en het slik’ van Nationaal Park Oosterschelde dat op 8 mei 2002 is goedgekeurd.