Plaatsen


Sassenheim-Teylingen


Historie

Ontstaan. De vondst van een 2000 jaar oude waterput met een doorsnede van 125 cm duidt op een relatief grote nederzetting in de Romeinse tijd. Door de ligging vlak ten noorden van de Rijn hebben de plaatselijke bewoners zich maar beperkt aan de macht van de Romeinen kunnen onttrekken. De Friese nederzetting (waarschijnlijk van de stam der Cananefaten) is ontstaan op de meest oostelijke van de serie zandige strandwallen, die zich van noord naar zuid uitstrekken. Op deze zandrug (geest) van Haarlem naar Oegstgeest ontstond ook een doorgaande noord-zuidroute naar de belangrijke stad Leiden, waarvan delen in de Middeleeuwen "Heerwegh" (een doorgaande weg onder bescherming van de graaf of ambachtsheer) zouden worden genoemd. Dat hier al omstreeks 698 een door Willibrord gestichte kapel of kerkje kan hebben gestaan kan worden opgemaakt uit de schenking ervan (en van nog elf andere in Kennemerland) aan de abdij van Echternach. Maar begin 9e eeuw begonnen de invallen van de Noormannen en de abdij kon de streek daar niet tegen verdedigen. De kerkelijke eigendommen van onder meer "Sagnem" werden in de 9e eeuw daarom aan de abdij van Egmond geschonken.
Andere oude namen van het dorp zijn Sasheim en Saxenheim; dit laatste betekent "woonplaats van de Saksen". De juistheid hiervan is onzeker, maar de Saksen zijn in de 9e-of 10e eeuw op hun veroveringstochten vanuit Groningen via Friesland naar het Hollandse kustgebied getrokken, alvorens naar Engeland over te steken. In Rijnsburg is immers een Saksische nederzetting opgegraven. In een brief uit 1084 maakt graaf Dirk V melding van het dorp Saxnem. In een 13e eeuwse rijmkroniek wordt het dorp Zassenem genoemd.

Kastelen. Na de opkomst van het graafschap Holland verschenen er in de 13e eeuw een drietal ridderhofsteden rond Sassenheim: aan de zuidzijde, nabij de aftakking van de strandwal naar Warmond een kasteel van de heren van Alkemade; aan de NO-zijde, aan de oostelijke rand van de strandwal (aan de "Leede") de ridderhofstede Ter Leede; en vlak ten noorden van het dorp lag een door een gracht omgeven volksburcht langs de westelijke rand van de strandwal. Heer Dirk van Teylingen liet deze waterburcht rond 1250 uitbouwen en versterken tot een woonburcht, waarvan we de restanten nog kennen als de Ruïne van Teylingen. Vanuit deze strategische vesting werd op last van de Hollandse graven in westelijke richting een verhoogde weg naar het grafelijk jachtdomein in de Noordwijkerhoutse duinen aangelegd, door de moerassige strandvlakte; een gedeelte ervan zou voor altijd bekend blijven staan als de Gravendam ('s Gravendamseweg). Het buurtschap Teijlingen heeft altijd tot het naburige ambacht Voorhout behoort; dit heeft de uitbreidingsmogelijkheden van Sassenheim danig ingeperkt.

Ontwikkeling. In de loop der eeuwen zijn diverse aan het Leidsemeer en het Haarlemmermeer grenzende veengebieden bedijkt, ingepolderd en in cultuur gebracht. De bevolking groeide langzaam:
in 1369: 133 inwoners (33 huizen),
in 1477: 254 inwoners (63 huizen),
in 1494: 85 inwoners (21 huizen), een dramatische teruggang door oorlog, watersnood, ziekten en plagen
in 1514: 129 inwoners (32 huizen),
in 1623: 276 inwoners (in 69 huizen).
In de 17e en 18e eeuw werden door de aanleg van verbindingswegen en waterlopen en door zandafgraving en vervening veel gronden in cultuur gebracht. Naast veeteelt en landbouw werd na het einde van de 18e eeuw de teelt van groente, fruit en kruiden een belangrijke bron van bestaan.

Bollenschuren en buitenhuizen. Rond 1860 kwam Sassenheim pas echt tot bloei door de opkomst van de bloembollenteelt. In die tijd bezat Sassenheim de grootste korenmolen tussen het IJ en de Maas. De romp van deze molen is opgenomen in de architectuur van de huidige woonwijk Postwijk. Door industrie en handel rijk geworden kooplieden uit de grote steden kwamen naar Sassenheim en stichtten er buitenplaatsen (van noord naar zuid): het Huis ter Leede (op de fundamenten van het oude kasteel), Huize Rusthoff, Het Oude Koningshuis, Huis te Nieuwborgh, Huis Sassigt, Huis Ter Weegen, Wilt Rijk en Clinkenbergh. Na 1945 is de nadruk komen te liggen op het aantrekken van lichte industrie, waardoor de weinige bloembollengronden die Sassenheim bezat zijn verdwenen. Sassenheim heeft zich ontwikkeld als industriegemeente en forensengemeente. Door grondgebrek zijn er nog maar beperkt mogelijkheden voor woningbouw en is de groei vrijwel tot stilstand gekomen.