Regio


Terschelling



Terschelling is het grootste en meest gevarieerde Friese waddeneiland, met meer dan 30 kilometer strand, een kweldergebied van Europees formaat (de Boschplaat), een uitgestrekt waddenlandschap, één van de grootste duincomplexen van Nederland, een uitgebreid netwerk van fiets- en wandelpaden en niet te vergeten pittoreske dorpjes en boerderijen. Tijdens de vakantieperiodes (en niet te vergeten het Oerol festival) zal de rustzoeker eerst een shock ondergaan op de veerboot, waar hij of zij tussen grote groepen uitgelaten jongeren zit. Vervolgens is de omgeving van West, Midsland en Formerum nog relatief druk, maar het overgrote deel van het eiland heeft de bezoeker héél veel te bieden aan natuur en landschap, rust en ruimte. En buiten de vakantieperiodes geldt dat voor het hele eiland.
Aantal inwoners: 4.707 (2009)
Blauwe Vlag 2011 haven: Marina Passantenhaven Dellewal

QualityCoast BasiQ BRONZE Certificate 2011
In mei 2011 heeft Terschelling het internationale keurmerk voor kustgemeenten behaald, het Quality Coast BasiQ BRONZE Certificate. Dit is een keurmerk van de Coastal & Marine Union (EUCC) en Kust & Zee en stimuleert kustgemeenten om kusttoerisme te integreren in het natuurbeheer en het lokale karakter van de plaats.

Actueel: webcam Terschelling

Voor meer algemene informatie: pagina Waddengebied en Friese kust

Natuur en landschap

Zee en kustlijn
Noordzee: in het noorden en westen is de kust zandig. Er ligt een strand van wisselende breedte aan de Noordzee; tussen de strandpalen 12 en 26 wordt het strand geleidelijk smaller, daarbuiten groeit het aan. De beide punten van het eiland zijn weer onderhevig aan snelle kusterosie, mogelijk omdat het eiland onnatuurlijk lang is. Getuige de vondsten op het strand (vooral na stormen) is het ondiepe zeegebied rijk aan ongewervelde dieren, w.o. krabben, en aan meeuwen. Bij laag water wordt de waterlijn afgespeurd door foeragerende waadvogels.
Waddenzee: in het zuiden is de kust veel rijker aan slib dan langs het Noordzeestrand; de Waddenzee is dan ook een ondiepe kustzee met slikken (of wadden) en zandbanken die bij laag tij droogvallen. De mariene fauna is divers en rijk aan allerlei soorten algen en wieren (diatomeeën, groenwieren, bruinwieren, roodwieren en de bacterieachtige blauwwieren), aan wormen, schelpdieren, schaaldieren (krabben, garnalen, kreeften) en vissen; het is daarnaast een voedselgebied voor vogels en zeehonden en een kraamkamer voor garnalen en vis uit de Noordzee.
De zgn. waadvogels zoeken voedsel op het wad bij eb en bij vloed rusten ze op hoger gelegen stranden, duinen en andere “hoogwatervluchtplaatsen”. Zeehonden rusten bij eb uit op zandbanken en stranden, en foerageren vooral bij vloed.

Duinlandschap
De totale omvang van het duingebied is ca. 5000 ha, waarvan 615 ha met bosplantages. Het beheer is in handen van Staatsbosbeheer en alle terreinen zijn gratis toegankelijk via wegen en paden. Voor algemene informatie zie de pagina Duinlandschap. De belangrijkste terreinen zijn:

Duinen van de Boschplaat: de stuifdijk is door mensenhanden (rietschermen) en stuivend zand gemaakt maar desondanks hebben sommige stukken een natuurlijk aspect gekregen, met aan de oostelijke punt het Amelanderduin. Aan de zuidkant, omgeven door kwelders en diepe slenken ligt een serie meer natuurlijke duincomplexen, van oost naar west aangeduid als de Eerste, Tweede, Derde en Vierde Duintjes.
Duinen bij Oosterend: afwisselend gebied met enkele grote duinvalleien en het grootste natuurlijke boscomplex van Terschelling (100 ha), in de Berkenvallei.
Koegelwieck: grootste vochtige duinvallei van Terschelling, in de 19e eeuw ontstaan door uitstuiving tot op het grondwater. Het weggeblazen zand vormde het Koegelwiecksduin en de duinen waar vervolgens bos is geplant, het Hoornerbos.
Duinen rond Midsland: uitgestrekt afwisselend gebied tussen West aan Zee en het Formerumerbos, met diverse fraaie duinvalleien en plassen waarvan het open water door natuurherstelprojecten goed zichtbaar is en de bijzonder forse heidevegetatie van de Landerumerheide.
Duinen van West-Terschelling: een groot deel van dit gebied is bedekt met aangeplant bos; dit heeft, in combinatie met de grondwaterwinning, geleid tot het plaatselijk uitdrogen van de oorspronkelijk vochtige duinvalleien. Inmiddels is het beheer gericht op een geleidelijk herstel van de grondwaterstand.
Groene Strand: restant van de voormalige laagte tussen de zandplaat Noordsvaarder en de duinen van West-Terschelling, de oorspronkelijke situatie is rond 1996 hersteld, waardoor het zuidelijk deel van het gebied weer onder invloed staat van de zee.
Noordsvaarder - Kroonpolder: de uitgestrekte zandplaat is het restant van het eiland dat in 1866 met Terschelling verheelde. In het noorden zijn in de jaren 1930 onder leiding van opzichter Kroon van Rijkswaterstaat stuifdijken aangelegd, met daartussen de Kroonpolder. Nadat het noordwestelijk deel van de Noordsvaarder 40 jaar lang dienst had gedaan als militair oefenterrein is het in 1996 teruggegeven aan de natuur.

Kwelders
Boschplaat (4400 ha): uitgestrekt duin- en kweldergebied met zoutminnende vegetatie, dat enkele malen per jaar (bij heel hoog water) grotendeels door de zee wordt overstroomd. In het noorden worden de kwelders beschermd door een hoge stuifdijk en het Noordzeestrand. Het gebied heeft al vele jaren een Europese erkenning (Diploma Raad van Europa). Eeuwenlang was de Boschplaat een afzonderlijke zandplaat, door het Koggediep (een kogge is een boottype) van het oorspronkelijke Schylge gescheiden. In de 19e eeuw verzandde deze oude vaargeul echter en in het vml. Koggediep ontstonden de laaggelegen Koggegronden in het NW van de huidige Boschplaat. Een diepe getijgeul, de Eerste Slenk, herinnert nog aan het Koggediep. De vorming van de 9 km lange stuifdijk is het gevolg van noeste arbeid van Rijkswaterstaat, die rietschermen plaatste om stuivend zand vast te houden; dit ter bescherming van de Boschplaat tegen overstroming vanuit het noorden. Diverse natuurorganisaties pleiten er al jaren voor om het onderhoud aan de stuifdijk te staken, met desnoods als gevolg dat de Boschplaat weer een eiland wordt.
De Groede: begraasd overgangsgebied van kwelders en duinen, ontstaan als kwelder op een strandvlakte (groen strand), dat al sinds de Middeleeuwen bij Terschelling hoort.
De Grië: ca. 400 m brede strook hoge kwelder, met een viertal eendenkooien.

Cultuurlandschappen
De serie polders, ontstaan door indijking van hogere kwelders, kent een hoge landschappelijke variatie door de aanwezigheid van elzensingels met name op de grens van duin en polder. Ze hebben bovendien een grote waarde als hoogwatervluchtplaatsen voor waadvogels, voedselgebied voor duizenden rotganzen en als weidevogelgebied. Naast de vier eendenkooien van de Grië liggen er in de polders nog drie.

Flora & fauna
Op de zandplaten rond Terschelling komen diverse groepen zeehonden voor; de meest voorkomende soort is de Gewone zeehond, maar ook de grotere Grijze zeehond is aanwezig. Helaas worden veel groepen (bijv. die van de Richel) dusdanig vaak verstoord door plezierboten dat ze worden verjaagd. Maar ook sommige excursieboten uit West en uit Vlieland kunnen erg opdringerig zijn.
Terschelling is een van de rijkste vogelgebieden van Nederland. Naast de miljoenen trekvogels die Terschelling aandoen of er uitrusten zijn er de wintergasten en de broedvogels; van de 65 soorten broedt een groot aantal op de Boschplaat, w.o. kolonies van de lepelaar, visdief en diverse meeuwensoorten.
Tenslotte is ook de flora van de duinen en de kwelders heel rijk; van de bekende cranberry (een uitheemse plantensoort die zich sinds ca. 1840 heeft uitgebreid) worden jaarlijks de bessen geoogst, waarmee vele lokale producten worden gemaakt. Op Terschelling wordt verteld dat de besjes oorspronkelijk in een aangespoeld vat door een strandjutter werden gevonden. Toen de strandjutter in de duinen het vat openmaakte was hij teleurgesteld dat er alleen maar besjes in zaten. Daarop gooide hij het vat leeg en sindsdien groeien er cranberries op het eiland.

Natuurcentra
Centrum voor Natuur en Landschap, West. Zie bij Cultureel Erfgoed / Musea
Waddenwinkel, Hoorn. Zie bij Adressen.