Regio


Texel



Texel is het grootste Nederlandse Waddeneiland. Op het eiland zijn 30 km strand en grote duingebieden te vinden. Het ligt slechts enkele kilometers van Den Helder, waardoor het in vergelijking tot de andere waddeneilanden snel te bereiken is.
Aantal inwoners: 13.682 (2009)
Blauwe Vlag 2010 strand: Paal 9-Hoornderslag, Paal 17-Ecomare, Paal 20-De Koog, en Paal 28-De Krim
Blauwe Vlag 2010 haven: Waddenhaven Texel
Webcam: Texel

Voor meer algemene informatie: pagina Waddengebied
Voor het strand zie de Texel strand pagina

Natuur en landschap

Duinlandschap
Texel is erg kalkrijk. De binnenste gordel duinen tussen De Koog en Den Hoorn is het oudst, de kalk is door regenwater uit de bodem gespoeld. Aan de westkust van Texel zijn jongere duinen te vinden, deze duinen zijn de laatste 250 jaar ontstaan. Ten noorden van De Koog zijn de duinen erg jong, het gebied van de De Muy, De Nederlanden en De Slufter behoren hiertoe. Ten noorden van De Slufter liggen de Eijerlandse Duinen van voor de 16e eeuw. Het grootste gedeelte van het duingebied aan de Noordzeekust is Nationaal Park, voor meer informatie, kijk op: www.npduinenvantexel.nl

De Slufter: ontstaan na een duindoorbraak in 1858. Toentertijd is het niet gelukt om het gebied terug te winnen van de zee. Tegenwoordig een uniek natuurgebied waar de zee vrij spel heeft. In de zomer bloeit de lamsoor, wat het gebied lila kleurt.
Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat hebben in 2002 twee afgedamde valleien weer aangekoppeld, zodat zoet en zout water met elkaar in contact komen. Gebieden waar zoet en zout water samenkomen zijn erg zeldzaam.
De Nederlanden en De Muy: ontstaan na een duindoorbraak in 1858, na herstel van de zeewering in 1874 herinnert alleen het meertje hier nog aan. Belangrijk vogelgebied, beperkt toegankelijk voor wandelaars. Zoetwatergebied.
Eijerland: voor 1630 onbewoond. Op het eiland werden eieren van meeuwen verzameld voor bakkerijen in en rond Amsterdam, hier stamt de naam vanaf. De Eijerlandse Duinen zijn oude duinen en zijn kalkarm. Dit is te zien aan de begroeiing, er komen veel (korst)mossen voor, ook zijn er het duinviooltje en walstro te vinden.
In 1956 werd rondom de vuurtoren asfaltbeton neergelegd om erosie te weren, de onderwateroever werd met zinkstukken versterkt. Toen later bleek dat men nog steeds last van erosie had is men sinds 1979 zand gaan aanvullen. In 1995 is de 500 meter lange Eijerlandse Gatdam aangelegd.
Het Lage Land: gras- en rietlanden, eendenkooien en boerderijen. Roggesloot en Molenkil zijn bij het inpolderen afgesneden van de Waddenzee. Tegenwoordig vormen zij belangrijk gebied voor het instandhouden van de natte natuur.
De Zandkuil/Hoge Berg: één van de kleinste natuurgebieden in Nederland, het is een insectenreservaat. In het gebied leven ongeveer 40 soorten graafbijen en graafwespen. Met name de Texelse zandbij is uiterst zeldzaam. De steile hellingen zijn een woonplaats voor duizenden insecten. De Zandkuil is niet toegankelijk voor publiek.
Westerduinen: ontstaan tussen 1845 en 1890 nadat de zandplaten van het Marsdiep aan Texel vastgroeiden. Na deze periode was er duinafslag, men heeft verschillende keren de zeereep opnieuw moeten aanleggen om de duinvalleien te behouden. Vanaf 1959 zijn er 24 strandhoofden aangelegd. Later heeft men de kust met zandsuppleties op zijn plaats gehouden.
Mokslootgebied: verzamelnaam voor een aantal (natte) duinvalleien, waarvan het Grote Vlak, het Pompevlak en de Bollekamer de belangrijkste zijn. Na het graven van de Moksloot rond 1880 werden de duinvalleien afgewaterd, drooggelegd en ontgonnen tot grasland. Tussen 1956 en 1993 is het Pompevlak en het Grote Vlak gebruikt als drinkwaterwingebied. Na 1993 is Staatsbosbeheer een herstelprogramma begonnen, wat geleid heeft tot de terugkeer van zeldzame planten en dieren, waaronder weegbreefonteinkruid, teer guichelheil, verschillende soorten kranswier, de ijsvogel, de bosruiter, de kemphaan en de lepelaar. Om verruiging te voorkomen zijn er Schotse Hooglanders in het gebied uitgezet.
Mokbaai: met een dijk en duinen omzoomd gebied waar kluten, strandlopers, scholeksters, kievieten en tureluurs zijn te vinden. Ontstaan na het verzanden van een geul richting het noordwesten. Zoet kwelwater zorgt ervoor dat rode bies hier veel voorkomt.
Horspolders: ontstaan na de Tweede Wereldoorlog door het plaatsen van rietmatten en schermen van rijshout. Hierdoor snoerde de duinenrij een strandvlakte in, wat zich ontwikkelde tot een duinvallei met duinmeertjes met een rijke begroeiing van kranswieren en fonteinkruiden. Het riet aan de rand van de meertjes wordt door de kleine karekiet, rietgors en het baardmannetje gebruikt als broedplaats. Rondom de meertjes zijn orchideeën, parnassia, vetmuur en geelhartje te vinden.
Bos De Dennen: oorspronkelijk een productiebos, aangelegd in 1884. Bij de aanleg zijn door ontwatering natuur- en cultuurlandschappen verloren gegaan. In de 20ste eeuw is Staatsbosbeheer begonnen De Dennen als natuurgebied te beheren. Nu staan er naast dennen veel andere soorten bomen, er zijn open plekken in het bos gecreëerd en laat men dood hout liggen. In het bos zijn broedvogels zoals de houtsnip, de ransuil, de tjiftjaf en de wielewaal te vinden. Een deel van het bos is ingericht als recreatiegebied waar men kan fietsen of wandelen.

Rotganzen
Op Texel wordt door vier boeren, in samenwerking met Staatsbosbeheer, jaarlijks vijf hectare grasland ingezaaid zodat er voor de rotganzen voldoende grasland is om te grazen. Hierdoor blijft de schade elders op Texel beperkt.
In de lente wordt 70% van de ganzen opgevangen door de boeren. De boeren moeten om de beurt een gedeelte van hun land geschikt maken voor de rotganzen. De boer die een gedeelte van zijn land beschikbaar stelt krijgt van de graslandcommissie (vertegenwoordigd door Staatsbosbeheer, WLTO en de Dienst Landbouwvoorlichting) compensatiegrond.
Aan het begin van het groeiseizoen strooien de boeren de door Staatsbosbeheer betaalde kunstmest. Vlak voordat de rotganzen aankomen wordt er nog een keer kunstmest gestrooid, dit keer betaald door de boer zelf. Op deze manier betaalt Staatsbosbeheer het voer voor de ganzen en de boer het voer voor zijn vee.

Bezoekerscentrum
Ecomare, Centrum voor Wadden en Noordzee; tentoonstellingen en opvang van zeehonden en zeevogels. Niet gratis. Ruijslaan 92, De Koog. Tel. 0222 317741, www.ecomare.nl.