|
Regio |
| Texel |
![]() |
Texel is het grootste Nederlandse Waddeneiland. Op het eiland zijn 30 km strand
en grote duingebieden te vinden. Het ligt slechts enkele kilometers van Den
Helder, waardoor het in vergelijking tot de andere waddeneilanden snel te bereiken
is.
Aantal inwoners: 13.682 (2009)
Blauwe Vlag 2011 strand: Paal 9-Hoornderslag, Paal
17-Ecomare, Paal 20-De Koog, en Paal 28-De Krim
Blauwe Vlag 2011 haven: Waddenhaven Texel
Webcam: Texel
Voor meer algemene informatie: pagina Waddengebied
Voor het strand zie de Texel
strand pagina
Natuur en landschap
Duinlandschap
Texel is erg kalkrijk. De binnenste gordel duinen tussen De Koog en Den Hoorn
is het oudst, de kalk is door regenwater uit de bodem gespoeld. Aan de westkust
van Texel zijn jongere duinen te vinden, deze duinen zijn de laatste 250 jaar
ontstaan. Ten noorden van De Koog zijn de duinen erg jong, het gebied van de
De Muy, De Nederlanden en De Slufter behoren hiertoe. Ten noorden van De Slufter
liggen de Eijerlandse Duinen van voor de 16e eeuw. Het grootste gedeelte van
het duingebied aan de Noordzeekust is Nationaal Park, voor meer informatie,
kijk op: www.npduinenvantexel.nl
De Slufter:
ontstaan na een duindoorbraak in 1858. Toentertijd is het niet gelukt om het
gebied terug te winnen van de zee. Tegenwoordig een uniek natuurgebied waar
de zee vrij spel heeft. In de zomer bloeit de lamsoor, wat het gebied lila kleurt.
Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat hebben in 2002 twee afgedamde valleien weer
aangekoppeld, zodat zoet en zout water met elkaar in contact komen. Gebieden
waar zoet en zout water samenkomen zijn erg zeldzaam.
De Nederlanden
en De Muy: ontstaan na een duindoorbraak in 1858, na herstel van
de zeewering in 1874 herinnert alleen het meertje hier nog aan. Belangrijk vogelgebied,
beperkt toegankelijk voor wandelaars. Zoetwatergebied.
Eijerland:
voor 1630 onbewoond. Op het eiland werden eieren van meeuwen verzameld voor
bakkerijen in en rond Amsterdam, hier stamt de naam vanaf. De Eijerlandse Duinen
zijn oude duinen en zijn kalkarm. Dit is te zien aan de begroeiing, er komen
veel (korst)mossen voor, ook zijn er het duinviooltje en walstro te vinden.
In 1956 werd rondom de vuurtoren asfaltbeton neergelegd om erosie te weren,
de onderwateroever werd met zinkstukken versterkt. Toen later bleek dat men
nog steeds last van erosie had is men sinds 1979 zand gaan aanvullen. In 1995
is de 500 meter lange Eijerlandse Gatdam aangelegd.
Het Lage Land:
gras- en rietlanden, eendenkooien en boerderijen. Roggesloot en Molenkil zijn
bij het inpolderen afgesneden van de Waddenzee. Tegenwoordig vormen zij belangrijk
gebied voor het instandhouden van de natte natuur.
De Zandkuil/Hoge
Berg: één van de kleinste natuurgebieden in Nederland,
het is een insectenreservaat. In het gebied leven ongeveer 40 soorten graafbijen
en graafwespen. Met name de Texelse zandbij is uiterst zeldzaam. De steile hellingen
zijn een woonplaats voor duizenden insecten. De Zandkuil is niet toegankelijk
voor publiek.
Westerduinen:
ontstaan tussen 1845 en 1890 nadat de zandplaten van het Marsdiep
aan Texel vastgroeiden. Na deze periode was er duinafslag, men heeft verschillende
keren de zeereep opnieuw moeten aanleggen om de duinvalleien te behouden. Vanaf
1959 zijn er 24 strandhoofden aangelegd. Later heeft men de kust met zandsuppleties
op zijn plaats gehouden.
Mokslootgebied:
verzamelnaam voor een aantal (natte) duinvalleien, waarvan het Grote Vlak, het
Pompevlak en de Bollekamer de belangrijkste zijn. Na het graven van de Moksloot
rond 1880 werden de duinvalleien afgewaterd, drooggelegd en ontgonnen tot grasland.
Tussen 1956 en 1993 is het Pompevlak en het Grote Vlak gebruikt als drinkwaterwingebied.
Na 1993 is Staatsbosbeheer een herstelprogramma begonnen, wat geleid heeft tot
de terugkeer van zeldzame planten en dieren, waaronder weegbreefonteinkruid,
teer guichelheil, verschillende soorten kranswier, de ijsvogel, de bosruiter,
de kemphaan en de lepelaar. Om verruiging te voorkomen zijn er Schotse Hooglanders
in het gebied uitgezet.
Mokbaai:
met een dijk en duinen omzoomd gebied waar kluten, strandlopers, scholeksters,
kievieten en tureluurs zijn te vinden. Ontstaan na het verzanden van een geul
richting het noordwesten. Zoet kwelwater zorgt ervoor dat rode bies hier veel
voorkomt.
Horspolders:
ontstaan na de Tweede Wereldoorlog door het plaatsen van rietmatten en schermen
van rijshout. Hierdoor snoerde de duinenrij een strandvlakte in, wat zich ontwikkelde
tot een duinvallei met duinmeertjes met een rijke begroeiing van kranswieren
en fonteinkruiden. Het riet aan de rand van de meertjes wordt door de kleine
karekiet, rietgors en het baardmannetje gebruikt als broedplaats. Rondom de
meertjes zijn orchideeën, parnassia, vetmuur en geelhartje te vinden.
Bos De Dennen:
oorspronkelijk een productiebos, aangelegd in 1884. Bij de aanleg zijn door
ontwatering natuur- en cultuurlandschappen verloren gegaan. In de 20ste eeuw
is Staatsbosbeheer begonnen De Dennen als natuurgebied te beheren. Nu staan
er naast dennen veel andere soorten bomen, er zijn open plekken in het bos gecreëerd
en laat men dood hout liggen. In het bos zijn broedvogels zoals de houtsnip,
de ransuil, de tjiftjaf en de wielewaal te vinden. Een deel van het bos is ingericht
als recreatiegebied waar men kan fietsen of wandelen.
Rotganzen
Op Texel wordt door vier boeren, in samenwerking met Staatsbosbeheer, jaarlijks
vijf hectare grasland ingezaaid zodat er voor de rotganzen voldoende grasland
is om te grazen. Hierdoor blijft de schade elders op Texel beperkt.
In de lente wordt 70% van de ganzen opgevangen door de boeren. De boeren moeten
om de beurt een gedeelte van hun land geschikt maken voor de rotganzen. De boer
die een gedeelte van zijn land beschikbaar stelt krijgt van de graslandcommissie
(vertegenwoordigd door Staatsbosbeheer, WLTO en de Dienst Landbouwvoorlichting)
compensatiegrond.
Aan het begin van het groeiseizoen strooien de boeren de door Staatsbosbeheer
betaalde kunstmest. Vlak voordat de rotganzen aankomen wordt er nog een keer
kunstmest gestrooid, dit keer betaald door de boer zelf. Op deze manier betaalt
Staatsbosbeheer het voer voor de ganzen en de boer het voer voor zijn vee.
Bezoekerscentrum
Ecomare,
Centrum voor Wadden en Noordzee; tentoonstellingen en opvang van zeehonden en
zeevogels. Niet gratis. Ruijslaan 92, De Koog. Tel. 0222 317741, www.ecomare.nl.