|
Regio |
| Vlieland |
![]() |
Ten noorden van de kust van Friesland steekt een van de kleinste waddeneilanden
van Nederland haar 40 km2 oppervlakte boven de waddenzee uit. Via
Harlingen is Vlieland vrij makkelijk te bereiken door middel van een avontuurlijk
tripje met de veerboot. Men kan hier genieten van eindeloze autoloze zondagen
en dus van pure natuurluchten aangezien niet-eilandbewoners geen auto mogen
rijden op het eiland. Zo’n klein eiland kan toch nog een tweedeling ondergaan,
namelijk die van een oostelijk en westelijk deel. In het oostelijk deel vindt
men het enige dorp van het eiland met de toepasselijke naam Oost-Vlieland. Het
dorpje wordt broederlijk beschermd door de hoogste duinen van het waddengebied.
Ook vindt men er dennenbossen die hun plaats hebben gevonden tussen het dorpje
en de vakantiewoningen in. Het westelijk deel bestaat uit een uitgestrekte zandplaat
genaamd de Vliehors, waar behalve in de vakantieweken militaire schietoefeningen
worden gehouden.
Aantal inwoners: 1.146 (2009)
Blauwe Vlag 2011 haven: Passantenhaven Vlieland
QualityCoast BasiQ BRONZE Certificate 2011
In mei 2011 heeft Vlieland het internationale keurmerk voor kustgemeenten
behaald, het Quality Coast BasiQ BRONZE Certificate. Dit is een keurmerk van de Coastal & Marine
Union (EUCC) en Kust & Zee en stimuleert kustgemeenten om kusttoerisme te
integreren in het natuurbeheer en het lokale karakter van de plaats.
Voor meer algemene informatie: pagina Waddengebied en Friese kust
Natuur en landschap
Zee en kustlijn
In het noorden van het eiland ligt een 12 km lang zandstrand, dat beschermd
wordt door strandhoofden. Deze hebben een tweetal taken, namelijk de afslag
van strand tegengaan en de aanvoer van zeezand stimuleren. Tussen de strandhoofden
ontstaat een ideaal leefgebied waar wieren, zee- anemonen, mosselen, slakken
en krabben lustig leven en op en neer schuifelen. Ook vinden Eiders, Zilvermeeuwen,
Kleine Mantelmeeuwen, Scholeksters en Aalscholvers een geborgen verblijfplaats
op de strandhoofden. Na een flinke storm valt aan het strand nog wel eens barnsteen
te vinden in de donkere veenlagen.
Zandplaten
De Vliehors:
is een enorme zandvlakte waarbij de afmetingen van haar panorama onwerkelijk
lijken. De zandplaat ligt te laag voor permanente begroeiing en ook jonge duinen
worden bij de eerste hoogwaterstand weer weggespoeld. De zandplaat blijft een
belangrijke hoogwatervluchtplaats voor meeuwen, scholeksters en wulpen. Ook
zeehonden kunnen de zandplaat niet weerstaan als rustpunt en zijn af en toe
te vinden op de punt van de hors. Met de Vliehorsexpress worden excursies georganiseerd
naar de zandplaat de Vliehors.
De Richel:
Deze zandplaat heeft dezelfde kenmerken als De Vliehors, behalve dan dat deze
geheel ontkoppeld is van het eiland Vlieland. Grijze zeehonden liggen hier af
en toe met 200 man en vrouw sterk te zonnebaden. Met de veerboot kan langs de
Richel gevaren worden om de zeehonden te bekijken.
Duinlandschap
Karakteristiek voor Vlieland is dat het eiland bijna alleen maar uit duinen
bestaat en er zich geen landbouw bevindt zoals op de andere waddeneilanden.
De uitgestrekte duinen weten het landschap van de Noordzee helemaal tot aan
de Waddenzee te karakteriseren. 300 ha van het duingebied is bebost. Vlieland
is ook in het trotse bezit van de hoogste duin van het waddengebied, het Vuurboetsduin,
die de standplaats van de vuurtoren herbergt. De duinen van Vlieland zijn het
kalk- en ijzerarmst van Nederland, waardoor het op sommige plaatsen moeilijk
is voor de duinvegetatie te overleven. Het duinzand heeft vegetatie nodig om
het zand vast te houden. Door de geringe plantengroei ontstaan vele zandverstuivingen
die het zandlandschap in het oosten markeren met uitblazingsvalleien, parabool-
en lengteduinen. Staatsbosbeheer plant bossen om te grote verstuivingen tegen
te gaan.
De belangrijkste duingebieden zijn:
Meeuwenduinen:
Dit duingebied is met haar enorme aantal vogels een heuse trekpleister voor
vogelliefhebbers. In 1898 verlengde Rijkswaterstaat het duingebied met ongeveer
een kilometer door in het westelijk deel van deze duinen stuifdijkjes te plaatsen.
De eidereend is de bekendste broedvogel die met zo’n 2500 broedparen in
dit beschermde broedgebied een onderkomen vindt. De naam van de duinen is te
danken aan de Zilvermeeuw, de natuurlijke vijand van de jongen van de eidereend.
Vuurboetsduin:
Ooit, tijdens de tijd van de grote verstuivingen op het eiland, voerde de Westenwind
enorme stuifzandladingen mee het eiland in. Om in het dorp niet ‘overstuifd’
te raken, werd het zand verankerd met vegetatie. Hierdoor is het duin aangegroeid
tot wel 40 meter hoog. Door deze hoogte is het altijd een belangrijk baken geweest
voor de scheepvaart. Vroeger werden hier vuren gestookt, waarbij men kolen als
brandstof gebruikte en die opsloeg in de vuurboet. Vandaar de naam van de vuurtoren,
die al sinds 1909 op het duin prijkt. Voor een kleine vergoeding kunt U vanuit
de top van de vuurtoren het prachtige uitzicht bewonderen, met aan de ene kant
de Waddenzee en aan de andere kant de Noordzee.
Kwelders
De Posthuiskwelder:
Kwelders zijn maar weinig te vinden op Vlieland, maar in de luwte van de Vliehors
en de Kroon’s Polders bevindt zich dan toch de enige kwelder de Posthuiskwelder.
In de winter vinden de IJslandse paarden hier een plaats om te grazen (in de
zomer zorgen ze voor vertier wanneer kinderen een ritje maken op hun rug). Ook
de polder in Vlieland helpt mee aan wat kwelder karakteristieken; namelijk in
de Derde en Vierde Kroon’s Polder vindt er een ontwikkeling plaats van
kwelderbegroeiing. Hier komt in de natste en zoutste plaatsen de eetbare zeegroente
zeekraal voor.
Cultuurlandschappen
Cranberryvlakte:
In 1840 spoelde bij Terschelling een vat met bessen aan, dat scheepvaarders
met zich meenamen tegen scheurbuik. De bessen waren er snel bij met voortplanten
en de kustvogels hielpen mee aan de verdere verspreiding. Nu worden de cranberries
op professionele wijze geplukt voor wijn, likeur, siroop en kruidenbitter. De
Cranberryvlakte telt op dit moment zo’n 48 ha.
Kroon’s
Polders: Ten zuiden van de Meeuwenduinen werden in 1905 verschillende
stuifdijken aangelegd, omdat men bang was dat anders Vlieland en de Vliehors
van elkaar gescheiden zouden raken door een storm. Dankzij deze stuifdijken
zijn er nu vier verschillende valleien ontstaan, waar het zout water domineert.
Van 15 maart tot 16 september zijn de polders afgesloten voor publiek. Tijdens
het hoogseizoen worden er rondleidingen georganiseerd door Staatsbosbeheer.
Landbouwgebieden: De landbouw speelt maar een geringe
rol in Vlieland. Veel veeteelt bedrijven zijn verdwenen of verdrongen toen de
recreatiewelvaart hoger en belangrijker werd. Tegenwoordig bestaat de Vlielandse
veestapel uit geiten, Schotse Hooglanders en paarden, die allen worden ingezet
bij de natuur beheer van het eiland. De bedoeling is dat door begrazing, dichtgroei
van het duinlandschap wordt voorkomen.
Flora & fauna
Vogels: In Vlieland voeren de vogels met hun 100 verschillende
soorten de boventoon op het eiland. Vroeger zag men hier maar 30 vogelsoorten,
maar door de aanleg van de Kroon’s Polders en de bossen is het soorten
aantal flink toegenomen. Doordat er op het eiland geen grondroofdieren voorkomen,
vinden grondbroeders een veilig toevluchtsoord op het eiland. De vogels die
voorkomen kunnen worden onderverdeeld in bosvogels, wadvogels en grondbroeders.
Vanwege de verrijking en de verruiging van het duingebied nemen de meeste vogelsoorten
toe, sommige vogels kunnen zich echter niet aanpassen aan de hopen extra riet
en nemen af in aantal. Van de grondbroeders zijn vooral de Eider, de Zilvermeeuw
en de Mantelmeeuw bekend. Van de bosvogels zijn onlangs de Buizerd, de Bonte
Specht, de Roodmus en de wielewaal gesignaleerd. Voor de wadvogels zijn De Vliehors,
het Posthuiswad, De Kroon’s Polders en de Richel de belangrijkste hoogwatervluchtplaatsen
en verblijfplaatsen. Er bevinden zich 5 grote groepen wadvogels op Vlieland,
namelijk de Steltlopers, Ganzen, Eenden, Meeuwen en Sterns. Omdat het voedsel
van deze vogels grote hoeveelheden zout bevat, hebben de vogels speciale klieren
boven hun ogen, die het overvloedige zout in het bloed uitscheiden. U kunt genieten
van en kijken naar de vogels op de Kroon’s Polderdijk op het uitzichtpunt
Dodenmansbol, op het wad en op de strekdammetjes langs de Postweg.
Zoogdieren: Vergeleken met de vogels heeft de haas
maar weinig soortgenoten. Op het gehele eiland komen er misschien zo’n
30 voor. Muizen en egels, evenals konijnen komen wel veelvuldig voor op het
eiland. Op konijnen werd vooral vroeger veel gejaagd, aangezien ze geen natuurlijke
vijand hadden op het eiland. Dit werd gedaan door de konijnengangen uit te graven.
Tegenwoordig is door de verruiging van het eiland het aantal konijnen afgenomen.
De wipstaarten kunnen beter overleven op korte eiwitrijke vegetatie, die door
de verruiging sterk is afgenomen. Verder herbergt Vlieland dan nog de verwilderde
kat. Voor deze beesten was een vergunning aangevraagd om ze af te schieten.
Dit verzoek werd niet ingewilligd, aangezien men vond dat de wilde kat geen
directe bedreiging vormde voor de vogels. Voor de rest kun je op Vlieland nog
uitkijken naar de Bruine Rat en de Grijze Dwergvleermuis.
Vissen en reptielen: Vlieland is één
van de laatste plaatsen waar de zandhagedis zich nog kan laten zien. Verder
vind je in vochtige plaatsen de Rugstreeppad. De goudvis is de enige zoetwatervis
op Vlieland. In de Kroon’s Polders zijn nog Palingen en Stekelbaarzen
te vinden, omdat deze ‘survivors’ zowel in zoet water als in zout
water kunnen leven
Natuurcentra
Bezoekerscentrum
De Noordwester: Dorpsstraat 150, Oost- Vlieland, tel. 0562- 451700,
www.denoordwester.nl