| Regio |
| Vlieland |
![]() |
Historie
Ontstaan In de laatste IJstijd lag op de plaats van het huidige
Vlieland de zeespiegel tientallen meters lager dan tegenwoordig. De Noordzee
was toen een barre zandvlakte zonder enige vegetatie, waar door de wind dikke
zandlagen meegevoerd werden. Zo’n 12.000 jaar geleden kwam er een drastische
verandering in het klimaat, waardoor de ijskappen bij de polen smolten, de zeespiegel
steeg en de zandvlakten onderstroomden. De zee bracht grote hopen zand mee,
er ontstonden ophopingen van banken en rond 4000 voor Christus resulteerde dit
in een strandwal met duinen. De zeespiegel ging rustig door met stijgen en begon
de strandwal af te breken en naar het binnenland te verplaatsen. Zo rond de
9e eeuw baande de zee zich een weg via het Marsdiep en het Vlie ver het achterland
in. Grote delen van het toenmalige veenland werden weggeslagen en veranderde
het in een waddengebied. Men denkt dat het uiteindelijke Vlieland door mensenhanden
is ontstaan. In 1230 schonk Willem de Tweede ‘Insula Fle’ aan een
klooster Ludinga uit Achlum. Het klooster had toen bootverbindingen met het
oosten van het eiland via de Flevostroom (het Vlie, vandaar de naam van het
latere Vlieland). De monniken waren echter meer geïnteresseerd in de westzijde
van het eiland, omdat zich daar het gecultiveerde veengebied de Moerwaard bevond.
Daarom besloten de monniken eigenhandig het kanaal de Monnikensloot te graven,
wat vanuit de Flevostroom naar de Moerwaard liep. Dit kanaal was mede de oorzaak
van een gigantische overstroming van de Moerwaard toen in 1296 een storm over
het gebied woedde. Zo kwam Harlingen aan zee te liggen. Er ontstonden twee eilanden
die in 1314 officieel als afzonderlijk werden beschouwd: Vlieland en Eierland.
Historische Ontwikkelingen Vroeger lag Vlieland een stuk noordelijker
dan tegenwoordig. Vooral met de westpunt stak ze uitdagend ver buiten de kustboog
uit. De ligging was toen echter nog in evenwicht met de stromingen van de zee.
In de 17e eeuw veranderden deze stromingen en werd het evenwicht verstoord.
Binnen 20 jaar waren de duinen in het westen door de zee weggeslagen en kwam
West-Vlieland vervaarlijk dicht aan de kust te liggen. De meeste bewoners voelde
het gevaar aankomen en het dorp trok leeg. Uiteindelijk werd de gehele westelijke
nederzetting door de zee verzwolgen.
Bestaan en Ontwikkeling Kijkend naar de handel in Vlieland,
lag eerst het economisch zwaartepunt in West-Vlieland. Vanwege de ontgonnen
veengebieden vond hier veel landbouw en visserij plaats. Later, door het ontstaan
van het Eierlandse Gat richtte men zich meer op koopvaardij en walvisvaart.
Ondertussen lag Oost-Vlieland aan de Vlie en men ontdekte steeds meer handelsvoordelen
aan deze ligging. Oost-Vlieland lag in de luwte, waardoor handelszeilschepen
hier een veilige haven hadden om op een gunstige windrichting te wachten. In
de 17e eeuw stond Oost-Vlieland aan de top van haar bloei in de handel. Voor
de Nederlanden was Vlieland een belangrijke toegangspoort voor de Hanzehandel
(handelsverbond tussen havens aan de Oostzee) op de Oostzee landen en later
voor de routes naar koloniale gebieden in Azie en Amerika. West-Vlieland verdween
op dit moment in de golven. Helaas besloot de Vlie zich ten nadele van Oost-Vlieland
toen te verschuiven naar Terschelling. Oost-Vlieland kreeg hier alleen zandbanken
voor terug. Dit was dus het einde van het belang van de Vlie voor de scheepvaart
van Vlieland. In het eeuwig gevecht tegen de zee werd in 1825 de Waddendijk
aangelegd bij Vlieland. Deze dijk bewees echter te laag te zijn, het water spoelde
erover heen Oost-Vlieland binnen. Toch werden er pas eind 19e eeuw nieuwe dammen
van 200-300 m. lengte gebouwd. Dit was een enorm werk aangezien rijshout,
palen, puin en basaltsteen met zeilschepen moesten worden aangevoerd naar de
haven. Van daaruit namen paard en wagen de vrachten mee over wad en door duinen
naar het strand. Het bouwen werd met de hand gedaan in de tijden van laag water.
Zo begon de slag tegen de sterke ebstroom om strandafslag te voorkomen. In 1921
heeft de provincie Noord-Holland overwogen om vanwege de hoge kosten van de
kustbescherming en daarentegen het lage inwoner aantal het eiland Vlieland te
ontruimen. Rijkswaterstaat verzette zich echter hiertegen, omdat voor de werkzaamheden
op het eiland mensen nodig waren. Om Vlieland in stand te houden heeft Rijkswaterstaat
toen besloten een deel van het begrotingstekort van de gemeente Vlieland op
zich te nemen.