|
Plaatsen |
|
Wassenaar |
![]() |
Historie
Strandwallen en duinen. In de periode tussen 5000 en 2000 jaar geleden zijn er ten zuiden van de Rijnmonding vijf strandwallen gevormd, alle parallel aan de kust. In de daartussen gelegen strandvlakten vond veenvorming plaats, maar deze laaggelegen gronden werden regelmatig door de zee en door de Oude Rijn overstroomd, zodat hier veel klei is afgezet. De twee meest westelijke strandwallen (uit 500 v. Chr.) werden vanaf de 11e eeuw bedekt door Jonge duinen, gedurende een eeuwenlange periode van verstuivingen.
Bewoning. De strandwallen in deze streek worden al zeker 4000 jaar bewoond. Het huidige dorp is ontstaan op de 3e strandwal (vanuit het oosten gerekend), het zgn. 'lange duin'. Hier stond in de 12e eeuw al een eerste kerkje gewijd aan de monnik Willibrord die vanuit Engeland naar deze streken was gekomen om het Christendom te verspreiden. De oude naam Wasnare is samengesteld uit de woorden 'nare' (nabij) en 'wasa' (drassig land), hetgeen ongetwijfeld refereert aan nabijheid van de overstromingsvlakte van de Oude Rijn. Eeuwenlang hebben overstromingen de groei van het dorp belemmerd. De 2e en 3e strandwal eindigden in het noorden in de "klei", bij resp. Maaldrift en Oostdorp. Daar gaan de doorgaans noord-zuid lopende wegen dan ook plotseling over in een oost-west richting. Nadat de strandwallen al eerder waren ontbost en in akkerland veranderd raakten deze "geestgronden" geleidelijk uitgemergeld. Men probeerde daarom vervolgens de tussen de strandwallen gelegen drassige strandvlakten in gebruik te nemen. Noord-zuid lopende weteringen werden gegraven ter ontwatering: van oost naar west de Scheisloot (Schenk), Veenwatering, Zijlwatering en Kaswatering, alle uitkomend op de Oude Rijn. Rond 1500 waren alle moerasbossen gekapt en veranderd in weilanden.
Heren van Wassenaar. Er wordt voor het eerst melding gemaakt van een Heer van Wasnare (later Wassenaer) in een akte uit 1203; deze liet kasteel Ter Horst bouwen (in de huidige Horsten). Naast de heerlijkheid Wassenaar was er ook nog een heerlijkheid Zuidwijk (waartoe ook Waalsdorp behoorde, totdat dat in de 17e eeuw een zelfstandige heerlijkheid werd), met als stamslot Zuidwijk. er waren echter in de 13e eeuw nog twee andere kastelen: Raephorst (eveneens in De Horsten) en Santhorst en in de 14e eeuw het Huis Ter Weer.
Vissersdorp. In de 14e eeuw was de zeevisserij in Katwijk en Scheveningen bijzonder profijtelijk geworden; rond 1400 gaf de ambachtsheer van Zuidwijk toestemming voor de aanleg van een vissersdorp, Berkheij genaamd, gelegen iets ten noorden van de huidige Wassenaarse Slag. De vissers begonnen de naburige vissersdorpen geduchte concurrentie aan te doen, zodat het in 1412 aan de inwoners van Katwijk al verboden werd zich in Berkheij te vestigen. In de 15e eeuw telde het dorpje nog 8-10 boten, in 1514 nog maar twee. In de 17e eeuw verdween Berkheij voorgoed, mogelijk in zee, mogelijk onder de stuivende duinen. De duinen benoorden de Wassenaarse Slag worden nu aangeduid als Berkheide.
Ontwikkeling. Ondanks de ondergang van de visserij bracht de 17e eeuw Wassenaar toch ook welvaart. Dankzij de nabijheid van Den Haag werden hier tal van buitenplaatsen aangelegd, die met de komst van de 'landschapsstijl' in de 18e eeuw geleidelijk in bossen veranderden. Pas nadat de Oude Rijn in 1807 geheel was gekanaliseerd begon Wassenaar te groeien. Ook de aanleg van de Heerweg (de huidige Rijksstraatweg, A44) tussen Den Haag en Leiden - op de 2e strandwal - had hierop een positieve invloed. Beide staatswerken zijn te danken aan de Wassenaarder Pieter Twent, minister van Verkeer en Waterstaat onder Koning Lodewijk Napoleon. In de 19e eeuw ontstonden vervolgens een reeks deftige villawijken, deels in het duingebied. Daar was in Meijendel rond 1830 een landbouwontginning begonnen die al snel jammerlijk mislukte. De dreigende opmars van nieuwe villawijken werden echter gestuit door de winning van drinkwater voor de regio Den Haag, die halverwege de 19e eeuw begonnen was.
Planmatige woningbouw. Na de opening van de spoorlijn Rotterdam-Scheveningen in 1907 (over het tracé van de huidige Landscheidingsweg) en de tramlijn Den Haag-Leiden in 1923 begon het dorp pas echt te groeien. Deze 'gele tram' en de positie van Wassenaar als belastingparadijs hebben een enorme impuls gegeven aan het ontstaan van villawijken voor de rijken. Die villawijken konden echter vooral ontstaan omdat exploitatiemaatschappijen buitenplaatsen opkochten, verkavelden en volbouwden. Zo zijn o.m. de villawijken ontstaan van Groot-Haesebroek en De Kievit (v.a. 1908), Wildrust, De Paauw, de Drie Papagaaien en tenslotte Rijksdorp (v.a. 1918). De wijk Kerkehout langs de Rijksstraatweg ontstond al vanaf de jaren 1920 vanuit de behoefte aan sociale woningbouw. Een ander groot woningbouwproject was dat van Oostdorp. Op deze wijze groeide Wassenaar van 4200 in 1910, via 7000 inwoners in 1920 tot bijna 20.000 in 1940.