Regio


Westland - Delfland


De regio's Westland en Midden-Delfland laten een sterke afwisseling zien van glastuinbouw, landbouw, natuur en recreatie. Het Westland bestaat uit de dorpskernen Naaldwijk, Honselersdijk, Maasdijk, Monster, Poeldijk, Ter Heijde, 's-Gravenzande, Heenweg,
Wateringen, Kwintsheul en De Lier (totaal circa 97.000 inwoners), en wordt vooral gekenmerkt door kassen, vele kilometers sloot en boerderijen. Midden-Delfland, met de dorpen Schipluiden en Maasland (totaal ca. 18.000 inwoners) herbergt nog het laatste open weidegebied, met daarin het dorp 't Woudt, met 60 inwoners het kleinste van Nederland. Er zijn hier volop mogelijkheden voor recreatie. De toenemende woningbehoefte dreigt echter ten koste te gaan van de glastuinbouw.

Natuur en Landschap

Duinlandschap
De Noordzeekust wordt begrensd door de restanten van een oud duinlandschap, waarop zich Jonge duingebieden hebben gevormd; deze zijn door eeuwenlange kustafslag heel smal geworden en vervolgens door opspuiting (Dixhoorndriehoek) weer verbreed. De belangrijkste duingebieden zijn:
Westlandse Duinen (320 ha): tussen Kijkduin en Ter Heijden liggen de duingebieden Solleveld, Ockenrode en Van Leijdenhof, in zuidelijke richting overgaand in de Kapittelduinen. Het Solleveld is lange tijd in gebruik geweest als drinkwaterwingebied van de Westlandse Drinkwater Mij (WDM), die later opgegaan is in de NV Waterleidingbedrijf Zuid-Holland (DZH). De waterwinning werd enkele jaren geleden beëindigd en de beheerder legt nu de nadruk op het beheer van natuur en landschap en van een kleine doch strategische watervoorraad. Het gebied kent belangrijke natuurwaarden. Het gebied is (nog) niet toegankelijk.
Kapittelduinen: restant van de eeuwenoude duinen die van Ter Heijde richting Maasmonding zijn ontstaan en ooit met een boog (haakduin) aansloten op de estuariumduin ten oosten van Hoek van Holland. Tezamen met de Nieuwe Duinvallei [2] is het nu onderdeel van het Beschermd Natuurmonument Kapittelduinen, een 500 ha groot complex dat ook nog o.m. bestaat uit de Banken, het Vinetaduin, Hoekse Bosjes, Hilduin, Sonnewendeduin en de Nieuwlandse Duinen. Het zijn overwegend open duinen met gras- en kruidenrijke vegetaties. De Kapittelduinen zijn belangrijk als broed-, rust- en foerageergebied voor een groot aantal vogelsoorten, zoals Patrijs, Roodborsttapuit en Kneu. In eikenbosjes en het gemengd loofbos van de Hoekse Bosjes bevinden zich o.a. Boomkruiper, Grauwe vliegenvanger, Boomvalk en Torenvalk. Als gevolg van kustafslag bestaat de kust vanaf Ter Heijde uit een dubbele zeereep met een steile zeewaartse helling. In de 14e eeuw is een brede strook van de Kapittelduinen door stormen weggeslagen. Vanaf 1600 ging de afslag erg hard waardoor aan het eind van de 18e eeuw werd besloten tot de aanleg van de Delflandse hoofden. Ook een opgeworpen zanddijk bij Ter Heijde behoort tot deze zeewering. Het totale gebied is vrij toegankelijk, behalve het Vinetaduin.
Nieuwe Duinvallei (Dixhoorndriehoek): ten westen van de smalle Hoek van Hollandse duinstrook werd in 1971 een grote strandvlakte opgespoten met zand uit de Maasvlaktehavens, de Noordzee en de Maas-Eurogeul; met deze strandvlakte moest de veiligheid van het Westland worden vergroot, in een gebied dat door de sterk verlengde Noorderdam verstoken was van zandaanvoer langs de kust; naar de ontwerper werd de nieuwe duinvallei lange tijd aangeduid als de Van Dixhoorndriehoek. De strandvlakte had een lage zeereep met vochtige duinvalleien en de wind kon de aanzet geven tot verdere duinvorming; het gebied werd gekoloniseerd door karakteristieke duinplanten. In de vochtige terreinen van het inmiddels tot Nieuwe Duinvallei omgedoopte gebied groeien o.m. diverse orchideeën, Geelhartje en Teer guichelheil. Het gebied is vrij toegankelijk.
Staelduinse Bos (95 ha): laatste restant van de estuariumduinen van de Oude Maas, die door inpolderingen meer landinwaarts zijn komen te liggen; na 1850 is er een bos aangelegd, overwegend beukenlanen en eiken (hakhout). Hier en daar komen graslanden voor met soorten als Kruipend stalkruid en Geel walstro en de in het voorjaar bloeiende Wilde hyacint. In het najaar zijn er veel soorten paddestoelen in het bos te vinden. In het gebied ligt een oud bunkercomplex, dat nu het winterverblijf is van zes soorten vleermuizen. Doordat er in het bos zo weinig mogelijk wordt ingegrepen, broeden er zo'n veertig soorten vogels, w.o. Nachtegaal, Wielewaal en spechten. Vrij toegankelijk op wandel- en fietspaden.

Polderlandschap
't Kraaienest: recreatiegebied aan de rand van De Lier. Deze open ruimte bevindt zich op het kruispunt van De Lier, Maasland en Schipluiden (Zijtwende). Dit groene gebied is geschikt om te wandelen, te fietsen, te surfen en te zwemmen.
Oeverbos-Krabbeplas: fraai natuur- en recreatiegebied dat bestaat uit het oude Oeverbos en de veel jongere Krabbeplas. Vanuit het Oeverbos zijn de grote zeeschepen op de Nieuwe Waterweg goed waar te nemen.
Aalkeetbuitenpolder (88 ha): typisch veenweidegebied met graslanden en een van de weinige overgebleven eendenkooien van Midden-Delfland. In de polder vinden we verschillende soorten eenden, weidevogels en rietvogels zoals Blauwborst, Kleine karekiet, Watersnip en Rietgors. Het waterpeil is verhoogd, zodat de bodem zacht blijft, waardoor weidevogels als Kievit, Grutto en Tureluur gemakkelijk voedsel uit de grond kunnen halen. Nabij de snelweg ligt de Rijsplas, die door grondwinning is ontstaan en vanuit een observatiehut goed te overzien is: met enig geluk kunt u er van november tot april ganzen, smienten en wintertalingen zien. De door historisch belangrijke Rijskade (een kleidijk) vormt de noordoostgrens van de polder, waar Wezel, Steenuil en diverse vlindersoorten voorkomen. De polder sluit aan bij de Vlietlanden [7] en is goed te overzien vanaf de Broekpolder [8] en het fietspad langs de Boonervliet.
Vlietlanden (73 ha): moerasgebied met open water, hooi- en rietlanden en kleine hakhoutbosjes. Een van de weinige Zuid-Hollandse veengebieden dat nooit is ingepolderd. Daardoor is het veen niet ingeklonken en ligt het gebied hoger dan de omringende, drooggemalen polders. Het is een uniek natuurgebied met veel bijzondere plantensoorten, zoals Moeraskartelblad, Brede orchis en Veenpluis. Ook zijn er Grutto, Kievit, Blauwe reiger, diverse eendensoorten en de zeldzame Noordse woelmuis. Het gebied sluit aan bij de Broekpolder. Het gebied is alleen te water toegankelijk.
Broekpolder (420 ha): oorspronkelijk veenweidegebied dat tussen 1956 en 1977 is opgespoten met havenslib, met de bedoeling om er woningen op te gaan bouwen. De woningen zijn er echter nooit gekomen en nu ligt dit gebied ongeveer vijf meter hoger dan de omgeving. Het heeft de kans gekregen om 'nieuwe' natuur te ontwikkelen, dat afwijkt van het omringende Hollandse veenweidegebied. Het gebied is nu ingericht als natuur- en recreatiegebied met veel wandel- en fietsroutes. Vogelsoorten zijn o.a. Grutto, Kievit, Blauwe reiger en diverse eendensoorten. In het natuurreservaat vindt nog steeds het traditionele rietsnijden plaats. Toegankelijk op wandel- en fietspaden.
Eendenkooi Schipluiden: nog in gebruik zijnde kooi waar eenden worden gevangen en ge ringd voor wetenschappelijk onderzoek. De midden in de polder gelegen plas vormt met het kooibos een rustgebied voor dieren, waar o.m. Ransuil, Torenvalk en vele zangvogels broeden. Doorgaans gesloten doch bij excursies bereikbaar vanaf Zouteveenseweg, ten zuiden van Schipluiden. Info: tel. 035 6559911.
Polder Noord-Kethel: een uniek veenweidegebied tussen Delft en Schiedam dat een paradijs is voor weidevogels. In de winter zijn hier veel smienten te zien.
Park Kethel: grasland met polderslootjes, houtwallen, boomgaarden en geriefhoutbosjes. In de bloemrijke weiden bevinden zich o.m. Blauwe reiger, Graspieper, Grutto en Tureluur. Ook is er een boerderij met vee, waarin het Natuur-Educatief Centrum is gevestigd.
De Tempel: fraai landgoed dat in de 17e eeuw is aangelegd op een kleirug langs de oever van de Delftse Schie, waarop ook het oude dorp Overschie is gebouwd. Gelegen schuin tegenover de Ackerdijkse Plassen.
Ackerdijkse Plassen (130 ha): uniek vogelgebied met water, grasland en ruigte midden in het open cultuurlandschap tussen Delft en Rotterdam. Er worden jaarlijks meer dan 170 vogelsoorten waargenomen, waarvan er vele tientallen in het gebied broeden, w.o. de Kemphaan en de Kerkuil. Opvallend zijn de blauwe reigers en de aalscholvers, die beide in kolonies in het moerasbos nestelen. In de winter zijn er Smient, Pijlstaart en Wintertaling. In het voor- en najaar is het een rustplaats voor trekvogels op doorreis of voor weidevogels die hier komen broeden. In dit gebied liggen ruggen en kommen, die stammen uit de tijd dat hier een krekengebied was waar de zee vrij spel had. De acht met bos omgeven plassen zijn ontstaan in de tijd dat hier turf werd gestoken om de ovens van de aardewerkindustrie in Delft te laten branden. Deels toegankelijk. Ackerdijkseweg 32, Delfgauw, tel. 010 4706403.
De Ruyven: aan het eind van de jaren 1970 aangeplant bos in de Zuidpolder van Delfgauw, aangelegd als natuurlijke buffer tussen de Ackerdijkse Plassen [13] en de oprukkende bebouwing van Delft-Zuid. Er zijn diverse wandelpaden en een fietspad.

Bezoekerscentra
Oude Koestal: Bezoekerscentrum van de Vereniging Vrienden van het Staelduinse Bos, met een expositie over flora en fauna van het Staelduinse bos en omgeving. Verder worden er videofilms vertoond. Open: nov - mrt za 13-16 u, zo 11-16 u; apr - okt wo+za 13-16 u, zo 11-16 u. Tel. 0174 417351 (17-19 u). Peppellaan 2, 's-Gravenzande.

Natuurontwikkeling
In de regio Westland-Midden-Delfland is een groot project in uitvoering: de zgn. Groenblauwe Slinger, een S-vormige open ruimte die de komende jaren moet uitgroeien tot een waterrijk natuurgebied van ongeveer 200 km2. Hierin worden ecologische en recreatieve functies gecombineerd voor de ruim twee miljoen omwonenden. Bestaande stukjes groen en blauw worden met elkaar verbinden tot een duurzaam netwerk. Het accent ligt hierbij op de aanleg van goede verbindingen tussen stad en land en op de aanleg van recreatieve netwerken. Het gebied is opgedeeld in vijf deelgebieden: Midden-Delfland, Oude Leede, Groenzone Berkel-Pijnacker, De Balij-Bieslandse Bos en Het Land van Wijk en Wouden.
Met de Groenblauwe Slinger wordt een bijdrage geleverd aan de woon- en leefkwaliteit van de Zuidvleugel (het gebied tussen de kust, het Groene Hart en de Delta). De Zuidvleugel van de Randstad vervult een motorfunctie voor de Nederlandse economie en moet een kennisintensieve 'brainport' worden met hoogwaardige woongebieden en aantrekkelijke woongebieden en aantrekkelijke groen- en watervoorzieningen. Dit om tegenwicht te bieden tot het langzaam maar zeker uitgroeien van de Randstad tot één groot stedelijk netwerk: de Deltametropool. www.groenblauweslinger.nl