Natuur - Dieren


Gewone Zeehond
(Phoca vitulina vitulina)

Classificatie en benamingen
Zeezoogdier; orde: Carnivora (roofdieren); familie: Phocidae (robben).
Namen in andere talen:
Engels/English: harbour seal, common seal
Frans/Français: le veau marin
Duits/Deutsch: Gemeiner Seehund

Omschrijving
Torpedovormige lichaam met kleine kop. Belangrijk verschil met de grijze zeehond is dat de gewone zeehond neusgaten heeft die V-vormig zijn.
Kleur: varieert van grijs tot bruingrijs, met zwarte vlekken. Onderzijde iets lichter. Jongen worden geboren met een staalgrijze vacht, en hebben hun witte vacht alreeds verloren voor de geboorte. Onvolwassenen hebben een zandkleurige vacht.
Lengte: mannetjes 150-190 cm, vrouwtjes 120-155 cm, pasgeborenen 70-90 cm
Gewicht: mannetjes 55-130 kg, vrouwtjes 45-105 kg, pasgeborenen 9-11 kg

Verspreiding
In het algemeen worden vier ondersoorten onderscheiden bij de gewone zeehond (Phoca vitulina): de Oost-Atlantische gewone zeehond (P. v. vitulina), de West-Atlantische gewone zeehond (P. v. concolor), de West-Pacifische gewone zeehond (P. v. stejnegeri) en de Oost-Pacifische gewone zeehond (P. v. richardsi).
Binnen Europa komt de Oost-Atlantische gewone zeehond (P. v. vitulina) voor en wel rond de Britse eilanden en Ierland, in het Kattegat-Skagerrak, in het zuidwestelijke gedeelte van de Oostzee, in de Waddenzee en langs de Noordzeekusten van Denemarken, Nederland en Bretagne (Frankrijk).
De meest noordelijke verspreiding van de gewone zeehond valt samen met de noordelijkste ijsvrije wateren in het Noordpoolgebied, langs de westkust van het eiland Prins Karls Forland (Spitsbergen). De relatief hoge watertemperatuur daar wordt veroorzaakt door de warme Golfstroom. De gewone zeehond komt ook voor in de wateren bij IJsland, langs de kusten van Noorwegen en de noordkust van het Kola schiereiland (Rusland).
Migratie: kunnen honderden kilolmeters afleggen en zich elders vestigen. Voorlopige resultaten van gemerkte dieren geven aan dat 70% van de niet meer zogende jongen in het gebied bleven waar zij gemerkt zijn, terwijl dit voor oudere zeehonden 90% is.

Habitat
De gewone zeehond gebruikt een reeks kust habitats: zowel rotskusten als zandige kusten. Rotskusten bieden bescherming tegen de getijden in de open zee. Vooral rotsen in het getijdengebied van afgelegen eilandjes zijn geliefd. Ook riffen en kiezelsteen stranden worden gebruikt om uit te rusten, daar zijn ze vrij van verstoring door mensen. In het Baltische gebied bewonen ze stranden in de buurt van zee-kliffen. Zandstranden langs getijdenkusten en in estuaria worden ook gebruikt, zoals die in de Wash (Engeland) en in de Waddenzee.
De dieren foerageren zowel langs kustwateren als verder weg in zee. Foerageergebieden rond de Noordzee zijn vooral ondiepe zandige en soms slikkige zeebodems.
Belangrijke eisen die worden gesteld aan gebieden om te rusten, te jongen en te ruien, zijn o.m. de afwezigheid van menselijke verstoring en toegang tot diepere wateren.

Voedsel
De gewone zeehond zoekt niet zozeer naar specifieke prooisoorten maar voedt zich met de meeste beschikbare vissen, binnen relatief afgebakende foerageergebieden. Daarom varieert het dieet aanzienlijk, zoals in tijd als plaats. De zeehonden foerageren vooral in van het land gelegen wateren op een brede reeks vissoorten, zoals bot (Platichthys flesus), tong (Solea vulgaris), haring (Clupea harengus), kabeljauw (Gadus morhua), wijting (Merlangius merlangus) en zandspiering (Ammodytes spec.). Ook garnalen, weekdieren en inktvissen worden gegeten.

Gedrag en voortplanting
Foerageren: in het algemeen zoeken gewone zeehonden het hele jaar voedsel rond hun broedgebieden. Dit kan soms echter wel 60 km van de rustgebieden zijn. De dieren verplaatsen zich snel en direct naar hun voorkeurslokaties en blijven in afgebakende gebieden. Reizen duren meestal 1-5 dagen en het meest actieve zoeken naar eten vindt vooral 's-nachts plaats. Zeehonden zijn gedurende het hele jaar aanwezig bij hun lokale rustplaatsen. Duikt 2-10 minuten in ondiepe wateren (10 m).
Sociaal gedrag: solitair, maar ook in groepen tot wel 500 dieren. De grootte van groepen varieert en lokale verschillen tussen groepen blijven over langere perioden in stand. De groepsgrootte kan afhankelijk zijn van de grootte van de rustplaatsen of foerageergebieden (beschikbaarheid van voedsel), of van plaatstrouw.
Geluiden: jongen maken soms huilgeluiden. Mannetjes slaan met flippers op water om te dreigen. Voorbeeld 1, Voorbeeld 2
Mobiliteit: zwemmen tot 35 km/uur, bewegen op land moeizaam, kan tot 500 m diep duiken
Bijzonderheden: kunnen zowel op land als in/onder water slapen, jongen kunnen vrijwel meteen zwemmen na geboorte
Volwassenheid: vrouwtjes worden volwassen op 3-5 jarige leeftijd. , mannetjes 5 jaar
Voortplantingscapaciteit: rond de Noordzee wordt gemiddeld 87% van de volwassen vrouwtjes jaarlijks zwanger
Voortplantingsperiode: de eigenlijke draagtijd is 7 maanden, maar bij zeehonden kan het tot 3 maanden duren tot een reeds bevruchte eicel zich in de baarmoeder nestelt. De jongen worden van mei tot juli geboren, met een piekperiode in de tweede helft van juni
Zoogtijd: de zoogperiode is 3-6 weken en jongen bereiken een zooggewicht van ongeveer 24 kg
Levensduur: de levensduur van vrouwtjes is gemiddeld 38 jaar en van mannetjes 25 jaar.

Predatie en competitie
Er is niet veel bekend over de competitie met andere mariene toppredatoren of over predatie. Afhankelijk van de habitat is er qua dieet enige overlap met de aalscholver (Phalcrocorax carbo). Ook kan er enige overlap in dieet zijn met de grijze zeehond (Halichoerus grypus); ruimtelijk overlap met foerageergebieden van grijze zeehonden kan voorkomen.

Bescherming
De gewone zeehond geniet bescherming krachtens:

Op dit moment is er is geen risico van uitsterven, hoewel de populatie in de Oostzee erg kwetsbaar is door de kleine omvang.
Historisch gezien hebben de jacht en later ook vervuiling (o.m. door PCB's) de grootste gevolgen gehad voor de grootte van de populatie.

Aantallen 2004 in Nederlandse Waddenzee
De populatie zeehonden in de Nederlandse Waddenzee schommelt nogal. Zeehonden hebben in het verleden veel last gehad van de jacht en van vervuiling (PCB's die schadelijk zijn voor de vruchtbaarheid). Het kwalijkst voor het aantal dieren is de laatste decennia het uitbreken van virusziektes, zo stierf in 1988 60% van de gewone zeehonden, en in 2002 stierf 51%.
De laatst bekende gegevens zijn van 2004, toen werden er 3195 gewone zeehonden geteld in de Nederlandse Waddenzee. (Bron: Alterra)

Aanbevolen literatuur en bronnen:
Kustgids Dossier Zeehond
P.J.H. Reijnders et al., Status of Pinnipeds relevant to the European Union, IBN
Scientific Contributions 8, Wageningen 1997.
The Atlas of European Mammals. T & D Poyser Natural History.