Regio


Zeeuwse kust



Zeeland is de meest authentieke kustprovincie van ons land, waar geen dorp verder dan 17 km van de zee of van een voormalige zeearm ligt. De rivierdelta van Rijn, Maas en Schelde biedt een grote verscheidenheid aan ecosystemen: rivierarmen en estuaria, slikken en schorren, stranden en duinen, dijken en vliedbergen, vronen en inlagen. Met zijn rijkdom aan vogels en zeehonden behoort het ondiepe zeegebied van de Voordelta tot de belangrijkste natuurgebieden van ons land. Akkerbouw bepaalt de aanblik van het vlakke land en zijn kleigronden, waar de ongekende openheid hier en daar wordt geaccentueerd door windsingels, karakteristieke kerkdorpen en stijlvolle steden. In de beschutting van duinen en dijken liggen haven- en badplaatsen. Het Zeeuwse land is duizenden jaren lang geteisterd door stormvloeden. Na de watersnoodramp van 1953 kwamen de dammen van het Delta Plan, waarmee het Zeeuwse eilandenrijk tot een eenheid werd samengesmeed. Dit is het sluitstuk van een worsteling met de zee die nergens ter wereld zo hevig is geweest als hier, weerspiegeld in het wapen van Zeeland: Luctor et emergo - ik worstel en kom boven.

Streek. Voor streekinformatie: zie de pagina's Schouwen-Duiveland en Walcheren

Natuur & Landschap

Zee
De zee is Nederlands grootste natuurgebied, met vele soorten vissen, schelpdieren, krabben, garnalen, wormen enz. De kustzeeën zijn belangrijke kraamkamers voor de gehele Noordzee en het rijkst aan dierenleven. Het zee-ecosysteem staat onder zware druk van de visserij; de zeebodem wordt voortdurend omgewoeld en diverse vissoorten worden met uitsterven bedreigd.
Noordzee: natuurlijk leefgebied van ca. 200 vissoorten w.o. Zandspiering, Schelvis, Schol, Tong, Sprot, Koolvis, Haring, Makreel, Kabeljauw en Wijting; in de open zee komt ook de Bruinvis voor, een zoogdier van de dolfijnenfamilie.
Voordelta: ondiep gedeelte van de Noordzee, getijdengebied met zandbanken en geulen; belangrijk als mariene kraamkamer, voor de gewone zeehond en voor veel soorten kust- en zeevogels.

Estuaria, schorren en slikken
Tussen de eilanden hebben altijd zeearmen gelegen waardoor de rivieren in de zee konden stromen maar waar het getij en het zoute water bij stormen diep landinwaarts kon doordringen: de estuaria. Langs de randen van de estuaria liggen opgeslibde vlakten (slikken) waarvan de hogere delen, die alleen nog bij heel hoog water overstromen, begroeid zijn geraakt: zgn. schorren; de vloed dringt nog wel overal door tot de stroomgeulen die zich steeds verleggen.
De Westerschelde is het laatste open estuarium dat nog ongehinderd met de zee in verbinding staat; de trechtervormige zeearm gaat bij de Belgische grens over in de riviermond van de Schelde.
Hooge Platen (860 ha): zandplaten, slikken en schorren die bij hoog water grotendeels onderstromen; op een hogergelegen zandplaat in het westen, de Bol, broeden grote kolonies Grote stern, Dwergstern en Visdief. Er verblijven in de trektijd ook tienduizenden steltlopers (bijv. Rosse grutto, Kanoetstrandloper, Scholekster). Vrij toegankelijk (per boot) maar gesloten in voorjaar en zomer.
Verdronken Land van Saeftinge (2580 ha): grootste brakwater-schorrengebied van Europa, deels bestaande uit onbegroeide slikken. Bijzonder is het brak-zoute klimaat, doordat het zoete rivierwater hier vermengd wordt met het zoute zeewater waardoor er een specifieke vegetatie is ontstaan, met soorten als zilt floringras, zeebies, spiesblad en zoutmelde. Het landschap wordt gekenmerkt door hoge schorren die alleen bij springtij onderlopen. Het wordt doorsneden door talloze geulen en kreken, die zo verraderlijk zijn dat het gebied alleen onder geleide kan worden verkend. Reden ook dat er geen schaapskudde meer verblijft in dit gebied. Tot de Allerheiligenvloed (1570) was dit een welvarende polder, de Heerlijkheid Saeftinge, die enkele dorpen omvatte. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is het gebied bewust onder water gehouden en daarna nooit meer opnieuw ingepolderd. Het gebied is rijk aan bijzondere broedvogels (bijv. Blauwborst, Waterral) en in najaar en winter is dit het rijk van de kol- en grauwe gans (40.000 stuks). Smienten, een kleine eendensoort zijn in nog grotere getale aanwezig (60.000 stuks). Ook treft men hier uitgestrekte rietvelden. In Emmadorp bij Nieuw-Namen bevindt zich het informatiecentrum. www.hetzeeuwselandschap.nl
't Zwin: door duinen omgeven schorrengebied dat met de zee in verbinding staat; het vertoont daardoor gelijkenis van de Texelse Slufter, maar het is het restant van de rivier die ooit de steden Brugge en Damme met de zee verbond. Grotendeels in België gelegen. Schorren niet toegankelijk. De overige estuaria hebben hun karakter als zeearm geheel of gedeeltelijk verloren door de aanleg van de Deltadammen.
Grevelingen (14.000 ha): voormalig estuarium, nu het grootste zoutwatermeer van NW-Europa; door het wegvallen van het getij zijn de grotere zandplaten begroeid geraakt, w.o. de Veermansplaat en de Hompelvoet; op de laatste broedt een kolonie Grote sterns. Het water is vrij toegankelijk; de oeverzones zijn het best toegankelijk langs de Grevelingendam en de Brouwersdam.
Oosterschelde (35.000 ha): dit estuarium heeft na de aanleg van de stormvloedkering zijn getijdekarakter grotendeels behouden, maar de natuurwaarden zijn toch veranderd. De Oosterscheldekering wordt wereldwijd erkend als een Nederlands staaltje van waterbouwkunde. De 62 schuiven worden gemiddeld twee keer per jaar neergelaten ter bescherming van het achterland. Op de bij eb droogvallende zandplaten kan men aan de steile randen met wat geluk zeehonden bekijken. Voor Nederland is het plaatsje Yerseke als centrum van Oester- en Mosselcultuur van groot belang. Op talloze percelen in de Oosterschelde worden mossels en oesters gekweekt die voornamelijk naar Frankrijk en België worden geëxporteerd. Vrij recent is er ook een kwekerij van Messcheden (Solen Marginatus en Ensis Arcuatius) voor de Spaanse markt gestart. Tegen de kust van Schouwen wordt een zout-brak moeras De Prunje ontwikkeld als onderdeel van het natuurplan Tureluur. Westelijk vindt men de Schelphoek een overblijdsel van de Ramp 1953 en later in gebruik als werkhaven bij de aanleg van de kering. Weer iets westelijker de Plompetoren, overblijfsel van het verdronken dorp Koudekerke. In het najaar vindt men hier Brand- en Rotganzen. Heel bijzonder element hier is de Zeelandbrug, met een lengte van 5022 m tot voor kort de langste brug van Europa. De brug is tegenwoordig tolvrij. Aan de zuidoever, tussen Kattendijke en Wemeldinge, loopt pal langs de dijk een 40 meter diepe getijdegeul. Door het zeer heldere water komen van heinde en verre duikers de onderwaterflora en –fauna (kreeften, zeeanemonen) bewonderen. In het uiterste ZO ligt het slikkengebied Verdronken Land van Zuid-Beveland. Vrij toegankelijk. De Oosterschelde is een Nationaal Park www.npoosterschelde.nl
Sint Philipsland Buitendijks (1840 ha, incl. aangrenzende platen en slikken): slikken en schorren, uiterst belangrijk door de rijkdom aan broed- en trekvogels (eenden, ganzen, steltlopers) en het voorkomen van Zeegras; onderdeel van het Oosterscheldebekken. In dit gebied waren oorspronkelijk drie stelbergen (vluchtheuvels) t.b.v. de schaapherder (de stellenaar) en zijn kudde. De Bruinisser stelberg in dit schorrengebied is de enig overgebleven vluchtheuvel van dit soort in Zeeland. Niet toegankelijk.
Markiezaat (1400 ha): brak maar geleidelijk verzoetend moerasgebied dat rijk is aan broed- en trekvogels. Het maakte tot 1983 deel uit van de Oosterschelde maar werd daarvan gescheiden door de aanleg van de Oesterdam en het Schelde-Rijnkanaal. Overwegend in Noord-Brabant gelegen. Niet toegankelijk.
Veerse Meer (3990 ha): voormalig estuarium (Veerse Gat), van 1961 tot en met 2004 een brakwatermeer met grote aantallen watervogels; in juni 2004 is het doorlaatmiddel “de Katse Heule” in gebruik genomen. Hierdoor is er weer een voortdurende wateruitwisseling tussen het Veerse Meer en de Oosterschelde mogelijk. Dit heeft ertoe geleid dat het Veerse Meer weer zout is geworden, terwijl de waterkwaliteit duidelijk is verbeterd.
Het open water heeft vooral een recreatiefunctie maar de platen en eilanden zijn natuurgebied. Aan de zuidkant van het Veerse Meer liggen de Middelplaten, een vml. schorrengebied, nu graslanden rijk aan bijzondere plantensoorten, broedvogels (o.m. Aalscholver, Kluut) en trekvogels (eenden en ganzen). Het Veerse meer is vrij toegankelijk maar de Middelplaten zijn alleen met excursies te bezoeken. De overige eilanden in Het Veerse Meer (Haringvreter, Goudplaat, Aardbeieneiland en Mosselplaat) zijn wel toegankelijk voor de (water-)recreatie. De afsluitdam aan de zeezijde is in 1993 ‘ingepakt’ met 80.000 kubieke meter zand, waardoor landschappelijk een veel mooier effect is verkregen, aansluitend bij de natuurlijke ontwikkelingen. Om de waterkwaliteit op een hoog niveau te houden dient er regelmatig ververst te worden met Oosterscheldewater. Aan de oevers van het meer komt men de zeer zeldzame moeraswespenorchis tegen.

Duinlandschap
Langs de Noordzeekust zijn op de koppen van de eilanden jonge duingebieden aanwezig, die zich hebben gevormd op de onderbroken strandwallenreeks.
Kop van Schouwen - Zeepeduinen (1150 ha): afwisselend duingebied met indrukwekkende stuifduinen, vochtige duinvalleien en aangeplant dennenbos; rijk aan oorspronkelijke duinflora en fauna. Zeepeduinen beperkt, overigens vrij toegankelijk op fiets- en wandelpaden. In de zomer wordt men gratis naar dit duingebied en het strand gebracht vanaf het Recreatie Transferium te Renesse, waar men de eigen auto kan parkeren. Hier vindt men ook informatie over het gebied.
Manteling-Zeeduin-Oranjezon (474 ha): fraai begroeid duingebied bestaande uit een serie buitenplaatsen (rijk aan bosvogels en stinsenflora) en het vml. waterwingebied Oranjezon. Omdat er sinds 1995 geen water meer wordt onttrokken zijn er natte duinvalleien ontstaan. Bomen en struiken krijgen geen kans door de Limousin-runderen, zodat de typische duinvegetatie kan terugkeren. De Manteling is het oudste stukje van Walcheren met iets bijzonders in Europa: natuurlijk eikenbos dat tot de zeekust groeit. Deze landelijke omgeving was voor de oorlog zeer in trek bij kunstenaars (Toorop) en de rijken der aar aarde, wat heden ten dage nog te merken is aan de buitenverblijven. Via het spoor met het station te Middelburg was een goede bereikbaarheid gegarandeerd. Grotendeels vrij toegankelijk.

Cultuurlandschappen
Achter de Jonge duinen van Schouwen ligt een karakteristiek vroonlandschap met extensief landbouwkundig gebruik. Overigens wordt het Zeeuwse cultuurlandschap bepaald door overwegend vlakke en open kleipolders. Het Deltagebied staat echter bovenal bekend door de spectaculaire prestaties van civiele techniek: het Delta Plan met zijn dammen, sluizen en bruggen die de eilanden met elkaar verbinden en tegelijk hun veiligheid moeten garanderen.

Natuurbeheer
Op verschillende plaatsen is het beheer gericht op herstel van de natuurlijke situatie, bijvoorbeeld in de duinen van de Manteling (Walcheren), waar de drinkwaterwinning is beëindigd, en de Kop van Schouwen, waar met verstuivingen nieuwe duinvorming wordt gestimuleerd. In de Deltawateren is het beheer gericht op de verbetering van de waterkwaliteit. En in de Voordelta is het devies om de natuurlijke processen op hun beloop te laten. Voor een groot gedeelte is dit te danken aan particuliere natuurorganisaties, waarvan een aantal sinds eind 2001 samenwerkt onder de naam Kust en Zee, op initiatief van de Kustvereniging EUCC; voor de duinen heeft de Stichting Duinbehoud en haar Werkgroep-Midden Zeeland een pioniersrol gespeeld. Gelukkig heeft het behoud van het kustlandschap op rijksniveau een hoge prioriteit gekregen in het natuurbeleid. Natuurwaarden spelen nu een grote rol in het Nederlandse kustbeleid, bijv. ten aanzien van de kustverdediging.

Bezoekerscentra
Deltapark Neeltje Jans: Alles over veiligheid en natuur in Zeeland, incl. Delta Expo, excursies, werkeiland Neeltje Jans. Tel. 0111 652702. Bereikbaar per lijnbus tussen Middelburg en metrostation Spijkenisse (bereikbaar vanuit Rotterdam). www.neeltjejans.nl
Saeftinge: bezoekerscentrum geopend van 1 april tot 31 oktober, daarbuiten op aanvraag. Emmaweg 4, Emmadorp. Tel. 0114 633110 www.hetzeeuwselandschap.nl
't Zwin: het Nederlandse bezoekerscentrum voor het Zwin. Gerrit van Hoekestraat 2, Retranchement. Tel. 0117 39221. Aan Vlaamse zijde is ook een bezoekerscentrum met vogelpark gevestigd. Men vindt daar in de polders tamme ooievaars die bijna uit de hand eten.

Vogelhutten in Zeeland: een overzicht van de observatiehutten, -schermen en -punten.